Vineland-Z HANDLEIDING :;;. i!it i!it i!it i!it. AA de Bildt en DW. Kraijer - PDF Gratis download (2024)

Transcriptie

1 --"'--. :;;. " Vineland-Z :" " HANDLEIDING Vineland Adaptive Behavior Scales Sara S. Sparrow, David A. Balla, and Domenic V. Cicchetti i!it i!it i!it i!it AA de Bildt en DW. Kraijer

2 Met dank voor de faciliteiten verleend door: AC Kinder- en Jeugdpsychiatrie (Prof. Dr. R.B. Minderaal. Groningen; Stichting Hendrik van Boeijen, Assen; Stichting Research Ontwikkelingsbeperkingen, Assen. Met dank voor hun persoonlijke inbreng: Dr. S. Sytema, socioloog; - Mevrouw G.H. van der Veen, secretaresse. Vineland Adaptive Behavior Scales, Survey Form 1984 American Guidance Service, Inc. All rights reserved. English language edition published exclusively by American Guidance Service, Inc., 4201 Woodland Road, Circle Pines, Minnesota USA Dutch edition published and distributed exclusively by PITS B.V., leiden, The Netherlands, info@pits-online.nl.withthepermission of American Guidance Service, Inc.

3 Inhoudsopgave Woord vooraf 5 VERANTWOORDING t0.ît1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Het concept sociale redzaamheid 1.3 De Vineland in de Verenigde Staten van Amerika en in Nederland Het Nederlandse Vineland-onderzoek 2.1 Algemeen 2.2 De onderzoeksgroep 2.3 De bewerking van de gegevens en het stellen van de normen Overwegingen met betrekking tot de normkeuze De normgroepen concreet 2.4 De structuur van de Vineland 2.5 Betrouwbaarheid Interne consistentie Tussenbeoordelaar- en test-hertestbetrouwbaarheid 2.6 De moeilijkheidsgraad van de items 2.7 Validiteit 2:7.1 Algemeen Soortgenootvaliditeit De samenhang tussen de Vineland-Z en de SRZ Discriminerende validiteit De samenhang tussen de Vineland-Z en intelligentietests De samenhang tussen de Vineland-Z en de SGZ De samenhang tussen de Vineland-Z en de CBCL. de VOG-O en de VISK De samenhang tussen de Vineland-Z en de AVZ-R, de ABC, de ADI-R en de ADOS Literatour PRAKTISCHE HANDLEIDING I De toepassing van de Vineland-Z 4.1 Inleiding 4.2 Het invullen en verwerken van de gegevens Algemeen Itemsgewijs De verdere verwerking 4.3 De interpretatie algemeen De betekenis van de standaardcijfers Bn de decielen Betrouwbaarheidsintervallen Keuze en betekenis van de normtabellen 4.4 De individuele interpretatie Verschillen tussen twee opeenvolgende beoordelingen Verschillen binnen het Vineland-Z-profiel De bijdrage aan de psychodiagnostiek Vineland-Z - Handleiding 3

4 4.5 De gebruiksmogelijkheden van de Vineland-Z 4.6 Wanneer de Vineland-Z gebruiken. wanneer de SRZ/SRZ-P? ;;,50 :,,")';/ii. De normen 5.1 Instructie voor het gebruik van de normtabellen 5.2 Tabellen POP-VB Standaardcijfertabellen POP-VB Decieltabellen POP-VB 5.3 Tabellen niveaugroep Licht Standaardcijfertabellen niveaugroep Licht Decieltabellen niveaugroep Licht 5.4 Tabellen niveaugroep Matig Standaardcijfertabellen niveaugroep Matig Decieltabellen niveaugroep Matig 5.5 Tabellen niveaugroep Ernstig/Diep Standaardcijfertabellen niveaugroep Ernstig/Diep Decieltabellen niveaugroep Ernstig/Diep " c ".' g. <!=,",' (i:.. (i: C!':... Ci.-. Cic. -:: 4 tj!.= e= (ie e:::

5 Woord vooraf De Vineland Adaptive Behavior Scales van Sparrow, Balla & Cicchetti (1984) vormen het vervolg op de Vineland Social Maturity Scale (Dali, 1953). Zij worden sedert eind jaren tachtig veelvuldig in Nederland gebruikt. Dit geschiedt echter op interne basis, met als resultaat dat er verschillende vertalingen in omloop zijn. De behoefte aan een Nederlandse normering is van dien aard dat er in overleg met de Amerikaanse auteurs is besloten tot een Nederlandse normering over te gaan. Deze normering zal verschillende doelgroepen betreffen. Het Vineland-project staat onder auspiciën van de Leidse Universiteit, afdeling Orthopedagogiek en de Rijksuniversiteit van Groningen, Academisch Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. De univer- siteit Groningen heeft als eerste de normering voor mensen met een verstandelijke beperking uitgevoerd. De Leidse Universiteit doet dit momenteel voor mensen met een stoornis uit het autismespectrum. Het verzamelen van gegevens bij andere doelgroepen is in voorbereiding, o.a. bij verstandelijk beperkten die ook een motorische of een auditieve beperking hebben. Het verzamelen van gegevens bij een 'normale' referentiegroep is eveneens voorgenomen. De resultaten van de normeringsonderzoeken zullen stapsgewijs worden gepubliceerd. PITS April 2003 Vineland-Z - Handleiding 5

6 IJ!!!t!!!t!!!t!t,!t!t ii, ii ii ii ii ii ii ii VERANTWOORDING..,.. iit iit iit!8!8!8 iit

7 :J!9!)!),!9, ilt!t ilt!t, ilt,!t!t!t ilt,,. Inleiding 1.1 Algemeen Voor u ligt de handleiding van de Vineland Adaptive Behavior Scales, Vineland ABS ISparrow, Balla, & Cicchetti, 1984) genormeerd voor de Nederlandse populatie kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking. Hoewel deze handleiding slechts een gedeelte van de totale populatie kinderen en jeugdigen beslaat en juist de groep met een normale ontwikkeling nog ontbreekt, werd besloten om deze handleiding reeds uit te brengen. In Nederland is de Vineland ABS sinds 1995 beschikbaar in de vertaling van de Researchgroep Ernstige Ontwikkelingsstoornissen van de Vakgroep Orthopedagogiek, Rijksuniversiteit Leiden. Het instrument wordt reeds gebruikt in het veld voor mensen met een verstandelijke beperking, op het gebied van zorg aan mensen met een stoornis in het autismespectrum en voor wetenschappelijke doeleinden. Algemene en specifieke normen waren echter nog niet aanwezig. Wel werd gaandeweg meer en meer duidelijk dat de Amerikaanse normen niet altijd even bruikbaar zijn voor de Nederlandse situatie (persoonlijke mededeling IA van Berckelaer-Onnes). Met name op bepaalde gebieden (dagelijkse vaardigheden, in het bijzonder de.zindelijkheid; spel en vrije tijd) blijken grote verschillen tussen Amerikaanse en Nederlandse kinderen te bestaan. Om goed gebruik van een instrument te rechtvaardigen is het vanzelfsprekend van groot belang dat de gegevens die ermee verkregen worden, geldig zijn voor de personen die ermee zijn onderzocht. Een algemeen normeringsonderzoek zou de grootste bijdrage leveren aan het scheppen van inzicht in de Nederlandse situatie en vormt in feite de basis voor het bieden van normgegevens. Echter, het opzetten, uitvoeren en verslag doen hiervan neemt dermate veel tijd, geld en menskracht in beslag dat een handleiding gebaseerd op gegevens van de algemene populatie voorlopig niet aan de orde is. Inmiddels zijn er wel plannen om een dergelijk normeringsonderzoek uit te voeren, maar de gegevens zullen nog geruime tijd op zich laten wachten. Om toch tegemoet te komen aan de gebruikers van de Vineland ABS in het veld en in de wetenschap vormt deze handleiding een aanzet. Hierin bieden wij de gebruikers binnen de zorg aan kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking een overzicht van de psychometrische kwaliteiten van de Vineland ABS in die groep. Daarnaast werden normen opgesteld voor deze groep, in de vorm van standaardcijfer- en decieltabellen, onderverdeeld naar niveau- en leeftijdsgroepen. Op deze manier kunnen kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking voortaan vergeleken worden met een Nederlandse vergelijkingsgroep, en hoeft voor hen niet langer te worden uitgeweken naar een vergelijking met Amerikaanse, zich normaal ontwikkelende kinderen of Amerikaanse volwassenen met een verstandelijke beperking. Idealiter zouden ook leeftijdsequivalenten beschikbaar moeten zijn. Vanzelfsprekend kunnen deze pas gegeven worden als de normen voor de Nederlandse gemiddeld-normale populatie voorhanden zijn. Zoals blijkt is deze handleiding gericht op de Survey versie van de Vineland ABS en niet op de meer omvangrijke Expanded Versie. Dit heeft zowel een pragmatische als een inhoudelijke reden. De pragmatische reden is die van de afnameduur. Voor het gebruik van de Vineland ABS is reeds een drempel opgeworpen door het feit dat de schaal alleen kan worden afgenomen in een interview. Bovendien moet de interviewer een training gevolgd hebben. Ook in het veld van de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking is tijd schaars. Het in kaart brengen van de sociale redzaamheid dient daarom op een zo efficiënt mogelijke manier te kunnen gebeuren. De Amerikaanse auteurs geven als afnameduur van de Survey versie minuten en onze ervaringen zijn daarmee in overeenstemming. Voor de Expanded versie komen zij op minuten; dit is bij een getalsyerhouding van 225 tegen 468 items ook g.een wonder. De inhoudelijke reden is minstens zo belangrijk. Ten eerste is de Survey versie de basale versie van de schaal. Alle onderzoek, de itemselectie, de normering, het betrouwbaarheids- en validiteitsonderzoek, is op en met deze versie gebeurd. De Expanded versie is een at face value verfijnde en aangevulde Survey versie. Als er statistiséhe Uit' spraken worden gedaan over de Expanded versie dan zijn deze afgeleid of geschat. Ten tweede wordt wereldwijd in researchprojecten bijna uitsluitend gebruik gemaakt van de Survey versie; zie bijvoorbeeld Kraijer (2000). Ten derde werd Vineland-Z - Handleiding 9

8 door Carter et al. (1998) een aanvullende 'autisten'-norm ontwikkeld op basis van de Survey versie. Het argument dat de Expanded versie ook als streeflijst/checklist kan worden gebruikt, bijvoorbeeld bij een trainingsprogramma, gaat slechts zeer ten dele op. In feite neemt elk meetinstrument hiervoor te grote of niet op deze individuele persoon toegesneden stappen. Van belang is nog te vermelden dat het Motor skills-onderdeel van de schaal vanwege het buitengewoon kleine leeftijdsbereik niet is meegenomen in ons onderzoek en onze normering. Een goed alternatief, zeker wat de grove motoriek betreft, is in de vorm van de Schaal voor Motoriek Z, SMZ (Kraijer & Kema, 1994a) in ons taalgebied voorhanden. Alleen alom reden van uniformering is bij ons onderzoek zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de reeds genoemde 'Leidse' vertaling van de schaalitems en de bijbehorende instructie. De volgorde en indeling van de items op het schaalformulier is die van het originele Survey Form Record Booklet. In deze handleiding spreken wij verder kortheidshalve steeds van de Vineland (en van de door ons genormeerde versie, de Vineland-Z). Verwarring met de inmiddels sterk verouderde en nooit voor ons land genormeerde Vineland Social Maturity Scale, Vineland SMS (Dol I, 1953). ligt niet meer voor de hand. Voor de volledigheid, de Vakgroep Orthopedagogiek te Leiden verzorgt al een reeks van jaren de vereiste training van de interviewers. Ten slotte spreken wij de hoop uit dat deze handleiding de onderbouwing kan zijn voor verantwoord gebruik van de Vineland in de populatie kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking in Nederland. Groningen, januari 2003 Annelies de Bildt Dirk Kraijer 1.2 Het concept sociale r,edzaamheid Sociale redzaamheid, ofwel adaptief functioneren, kan worden omschreven als de vaardigheid in het uitvoeren van dagelijkse handelingen die nodig zijn voor het persoonlijk en sociaal functioneren van een persoon (Sparrowet al., 1984). Deze vaardigheden hebben betrekking op verschillende gebieden, namelijk het communiceren met anderen, de sociale omgang met anderen en de zelfredzaamheid. Daarbij gaat het er altijd om dat iemand zich, door het voldoen aan de eisen op deze gebieden, staande houdt in het dagelijks leven en in de maatschappij. 10 Omdat sociale redzaamheid een breed begrip is, waarin deze veelomvattende gebieden samenkomen. is het klinisch van belang inzicht te verkrijgen in zowel het totale sociale redzaamheidsniveau van een persoon als in het profiel van de vaardigheden. Dit profiel van de sterke en zwakke kanten van een persoon, op specifieke gebieden en in relatie tot elkaar, is vaak gerelateerd aan specifieke diagnostische groepen, meer nog dan het totale niveau dat is. Binnen de populatie met een verstandelijke beperking biedt juist dat profiel aanknopingspunten voor zowel diagnostiek als behandeling. In de classificatie van een verstandelijke beperking is sociale redzaamheid door de jaren heen een steeds grotere rol gaan spelen; zie het overzicht in de meest recente versie van het handboek van de AAMR (2002). Naast een 10 van omstreeks 70 of lager en aanwezigheid voor het 18 e levensjaar. maakt sociale redzaamheid tegenwoordig een zeer belangrijk onderdeel uit van de definitie; zie ook de DSM-IV-TR (APA, 2000). Binnen het kader van deze handleiding is het van belang dat de Vinelandindeling in drie domeinen. Communicatie (Com). Dagelijkse vaardigheden (Dag) en Socialisatie (Soc), door steeds meer fundamenteel onderzoek gesteund wordt. Zo vinden bijvoorbeeld Widaman en McGrew (1996) en Thompson et al. (1999) op basis van factor- en clusteranalyse binnen het concept sociale redzaamheid een domeinindeling die sterk overeenkomt met die van de Vineland. Het gaat om een Cognitive. Communication and Academie SkilIsdomein, een Social Competence Skills-domein en een Independent Living Skills-domein. De steeds grotere en meer specifieke aandacht voor sociale redzaamheid binnen de classificatie van een verstandelijke beperking heeft vooral te maken met een groeiend besef van het feit dat het algehele niveau van functioneren van een persoon niet alleen afhangt van zijn/haar 10, maar minstens zozeer van hoe deze persoon zich redt in het omgaan met de eisen van de dagelijkse omgeving die voor hem/haar de maatschappij vormt (Loveland & Tunali-Kotoski. 1998). Sociale redzaamheid is echter gerelateerd aan een veel groter aantal factoren. Factoren buiten het kind zijn van belang. bijvoorbeeld de omgeving waarin een kind opgroeit. de dingen die hij/zij krijgt aangeboden of de eisen die gesteld worden. Een belangrijker effect hebben factoren in het kind, bijvoorbeeld leeftijd. zoals genoemd intelligentie. zintuiglijke en motorische beperkingen. en verder specifieke syndromen en psychiatrische of gedragsproblemen. Met betrekking tot leeftijd is er sprake van een grotere mate van sociale redzaamheid bij oudere kinderen dan bij jongere. Sociale redzaamheid is immers geen vastliggende vaardigheid. maar komt gedurende de levensloop verder tot ontwik-..(i!i: 'e".. é: é é: é:

9 keling. Dit is ook de reden waarom in de definitie van een verstandelijke beperking wordt verwezen naar 'applicable adaptive skill areas'. Bepaalde vaardigheden zijn immers over het algemeen nog niet aan de orde voor jongere kinderen (bijvoorbeeld werk voor een tienjarige, of schrijven voor een driejarige). en het niet voldoen aan de eisen op die gebieden is dus zeer passend in plaats van een tekort. De relatie met intelligentie is minder eenduidig. Sparrow en haar collega's vonden een matige correlatie tussen intelligentie en sociale redzaamheid bij normaalintelligente kinderen in hun normeringsonderzoek (Sparrowet al., 1984). Ook blijkt het sociale redzaamheidsniveau te variëren tussen kinderen met hetzelfde intelligentieniveau (Bioom & Zelko, 1994). Dit lijkt te betekenen dat intelligentie en sociale redzaamheid relatief onafhankelijke concepten zijn, die zich los van elkaar ontwikkelen. Uit onderzoek van Liss en collega's komt echter wel naar voren dat hoe lager het niveau is, hoe groter de samenhang is tussen intelligentie en sociale redzaamheid (Liss et al., 2001; Kahn, 1992). AI met al kan men wat deze samenhang betreft stellen dat intelligentie een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde vormt voor het vertonen van sociale redzaamheid (Kraijer & Plas, 2002). Specifieke syndromen leiden tot specifieke patronen van sociale redzaamheid. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Downsyndroom (Loveland & Kelley, 1991; Rodrigue et al., 1991; Dykens et al., 1994), het Fragiele-X-syndroom (Dykens et al., 1993; Freund et al., 1995; Loveland et al., 1998) en het Prader-Willisyndroom (Dykens et al., 1992; Loveland et al., 1998; Dykens et al., 2000). Specifieke patronen of profielen van sociale redzaamheid zijn ook aanwezig bij kinderen met psychiatrische of gedragsproblemen (Sparrow & Cicchetti, 1987). Een zeer bekend voorbeeld daarvan is de pervasieve ontwikkelingsstoornis, PDD (Kraijer, 1987; Sparrow, 1997; Carter et al., 1998; Kraijer, 2000). Hierbij is niet alleen sprake van een algeheel lager niveau van sociale redzaamheid, maar verschilt daarnaast het profiel van dat van niet_pervasief gestoorde kinderen met een verstandelijke beperking. De sociale gebieden lijken het meest te zijn aangedaan, terwijl er geen relatie lijkt te bestaan tussen PDD en zelfredzaamheid of motoriek. Of kinderen met-pdd ook lager functioneren op het gebied van de communicatieve vaardigheden is afhankelijk van de vergelijkingsgroep. Vergeleken met kinderen met een taalstoornis of het Downsyndroom is er geen verschil, vergeleken met andere groepen functioneren kinderen met PDD wel lager (Liss et al., 2001; Kraijer, 2000; Carter et al., 1998; Carpentieri & Morgan, 1996; Vig & Jedrysek, 1995; Volkmar et al., 1993; Freeman et al., 1988; Volkmar et al., 1987). Omdat op deze plaats een complete weergave van alle literatuur over sociale redzaamheid niet mogelijk is, hebben wij ons beperkt tot een kort overzicht van de inhoud van dit concept, de rol ervan in de populatie met een verstandelijke beperking en de relatie met enkele andere factoren. Voor uitgebreidere informatie over de plaats en inhoud van het concept sociale redzaamheid raden wij aan Schalock en Braddock (1999) en Kraijer en Plas (2002) te raadplegen. Vanwege de veelomvattende gebieden die sociale redzaamheid in feite omvat, kunnen problemen hierin effect hebben op vele aspecten van het dagelijks leven. Vanuit klinisch oogpunt is daarom een goed inzicht in de sociale redzaamheid, zowel wat betreft het algehele niveau als het profiel, van belang voor het goed kunnen diagnosticeren, begeleiden en/of behandelen van mer<sen met een verstandelijke beperking. 1.3 De Vineland in de Verenigde Staten van Amerika en in Nederland In het or<derzoek dat hier beschreven wordt. is het gebruik van de Survey versie van de Vineland in een populatie van kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking nader bestudeerd en is geprobeerd normen voor deze groep op te stellen. Voordat het onderzoek inhoudelijk aar< de orde komt, is het van belang het Amerikaar<se en het Nederlandse onderzoek naast elkaar te leggen. Hierbij wordt alleen ingegaan op de onderzoeksresultaten bij personen met een verstandelijke beperking. Met betrekkir<g tot de personen in de onderzoeksgroepen valt een aantal verschillen op. Zo is de Amerikaanse onderzoeksgroep voor de populatie met een verstandelijke beperking geheel samengesteld uit volwassenen (18 jaar en ouder, zonder verdere aanduiding van het leeftijdsbereik en de leeftijdssamenstelling), terwijl de Nederlandse onderzoeksgroep bestaat uit kinderen en jeugdigen van 5 tot en met 18 jaar. Daarnaast is de Amerikaanse onderzoeksgroep voorzieningsgericht en is er niets beschreven wat betreft het niveau van functioneren van de onderzochte personen of de representativiteit van de onderzoeksgroep. In de Nederlandse groep wordt juist uitgejgaan van het niveau van functioneren. Het enigé onderscheid dat gemaakt wordt in de Amerikaanse onderzoeksgroep is tussen ambulant versus non-ambulant (overigens zonder dat een criterium genoemd wordt) en residentieel versus non-residentieel. Dit onderscheid is niet gemaakt in de Nederlandse onderzoeksgroep. In beide groepen zijn geen personen uitgesloten op grond van zintuiglijke beperkingen. Vineland-Z - Handleiding 11

10 Kijken we naar de normtabellen dan geldt voor zowel de Amerikaanse als de Nederlandse versie de ruwe score als basis voor de normen. De Amerikaanse normtabellen zijn uitgewerkt voor vier categorieën personen met een verstandelijke beperking. Deze categorieën zijn 'ambulant + non-ambulant residentieel', 'ambulant residentieel', 'non-ambulant residentieel' en 'verstandelijk beperkt non-residentieel', Voor de Nederlandse situatie bestaan de normtabellen uit de volgende vier categorieën: de volledige verstandelijk beperkte populatie, POP-VB, kinderen en jeugdigen van diep, ernstig, matig en licht verstandelijk beperkt niveau omvattend; de licht verstandelijk beperkte populatie; de matig verstandelijk beperkte populatie; de gecombineerd ernstig/diep verstandelijk beperkte populatie. Deze normtabellen zijn bovendien uitgesplitst naar verschillende leeftijdscategorieën. In de Amerikaanse handleiding geven de normtabellen voor de totale scores percentielscores (23 klassen) weer en een uiteindelijke onderverdeling in drie niveaus van sociale redzaamheid. De Nederlandse normtabellen bestaan uit decieltabellen (10 klassen) en standaardcijfertabellen (7 klassen) voor de totaalscore en op domeinniveau. Met betrekking tot de domeinen wordt in de Amerikaanse handleiding alleen melding gemaakt van een onderverdeling naar drie niveaus. Het volgende verschil met betrekking tot de normen is dat in de Nederlandse versie, zoals gezegd in 1.1, het domein Motoriek buiten beschouwing is gelaten. In de Amerikaanse normgegevens is het domein Motoriek wel opgenomen. Zoals te verwachten viel, zeker bij volwassenen, levert een aantal tabellen te weinig differentiatie op. Ten slotte werden vanwege onze specifieke populatie, verstandelijk beperkt en bovendien van jeugdige leeftijd, geen subdomeinscores berekend. Alleen al het feit dat vier subdomeinen, te weten Com-Geschreven Taal, Dag-Huishoudelijk, Dag-Maatschappelijk en Soc-Sociale vaardigheden, qua itemaantal begrijpelijkerwijs sterk tot zeer sterk ondervertegenwoordigd zijn bij de jonge leeftijden, zelfs in de gemiddeld-normale populatie, zou hiervoor voldoende reden vormen. Er is echter meer. Met name voor het onderscheid tussen receptieve en expressieve communicatie zijn fijnzinniger en beter onderbouwde instrumenten beschikbaar. Dit alles in ogenschouw nemend, naast het feit dat steeds duidelijker wordt dat ook de algemene Amerikaanse normen niet helemaal van toepassing zijn op de Nederlandse situatie, zullen de hier beschreven normtabellen een betere toepassing van de Vineland in de populatie kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking mogelijk maken. Voor de volledigheid, voor de zeer uitvoerige verslaglegging van het Vineland-constructie- en normeringsonderzoek bij de Amerikaanse gemiddeld-normale populatie (een representatieve steekproef van 3000 kinderen en jeugdigen) verwijzen wij naar de Survey Form Manual (Sparrow et al., 1984). Het daarin beschreven ontstane, althans voor de gemiddeld-normale populatie goed onderbouwde, instrument vormde de basis voor ons onderzoek, gericht op een specifieke doelgroep, dat wij in de volgende paragrafen uitvoerig ti' :. '.é,-@ i@ 12

11 11 Het Nederlandse Vineland-onderzoek 2.1 Algemeen Het Vineland-Z-onderzoek bij kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking heeft plaatsgevonden in het kader van een gedragsstudie bij deze populatie in de provincie Friesland. De dataverzameling met betrekking tot de Vineland vond plaats in de periode augustus 1998 tot augustus De onderzoeksgroep Alle 4- tot en met 18-jarige kinderen met een verstandelijke beperking in Friesland (n= 1436) zijn benaderd voor dit onderzoek. In deze groep zijn alle niveaus van verstandelijke beperking inbegrepen. Er werden geen kinderen uitgesloten op grond van etiologie, sensorische of motorische beperkingen, psychiatrische of gedragsproblemen. De enige kinderen die uit het onderzoek zijn gelaten zijn kinderen uit gezinnen waarin geen Nederlands of Fries gesproken werd. De kinderen zijn benaderd via de voorziening waar zij bekend waren (alle scholen voor ZML of MLK, kinderdagcentra en inrichtingen in de provincie). In eerste instantie deden 1059 kinderen mee (671 jongens, 388 meisjes), een responsepercentage van 73,7%. Van 83,6% van de kinderen was een IQ-bepaling beschikbaar. De overige kinderen werden in een niveaugroep (licht, matig, ernstig of diep verstandelijk beperkt) ingedeeld op basis van hun ontwikkelingsniveau op de Sociale Redzaamheidsschaal-Z, SRZ, (Kraijer & Kema, 1994b) én het gemiddelde IQ behorend bij het type voorziening waarlangs het kind benaderd vvas; zie voor meer informatie over deze procedure De Bildt et al (ingediend). Voor de uiteindelijke samenstelling van de Nederlandse onderzoeksgroep kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking, zie de tabellen 1 en 2. De onderzoeksgroep bestaat uit 826 kinderen, van wie de ouders/verzorgers waren geïnterviewd met de Vineland, de leeftijd van het kind tussen 4 en 18 jaar was op het moment van onderzoek, en het IQ 70 of lager was. Het gaat om 516 jongens en 310 meisjes. De procentuele verhouding, 62% versus 38%, sluit volledig aan bij die in de sector mensen met een verstande- Tabel 2. Samenstelling van de onderzoeksgroep naar niveau van functioneren en kalenderleeltijd. Kalender- Niveau leeftijd Diep Ernstig Matig Licht Tabel 1. Samenstelling van de onderzoeksgroep naar niveau van functioneren en voorziening. Voorziening Niveau N % M:V(%) Inrichting Koe ZML MLK Anders Diep 82 9,9 61: Ernstig 89 10,8 64: Matig ,8 61: Licht ,5 63: Totaal ,0 62: o o 2 3 Vineland Z - Handleiding 13

12 Eo Iijke beperking. Ook bij opsplitsen naar niveau van functioneren vinden we deze procentuele verhouding terug. De Vineland is in het onderzoek afgenomen door psychologen. orthopedagogen, maatschappelijk werkenden, studenten uit het laatste jaar van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening of van Orthopedagogiek. De interviewers zijn van tevoren getraind in het afnemen en scoren van het interview. De interviews zijn op audiocassette vastgelegd en steekproefsgewijs dubbel gescoord. Tijdens de dataverzameling zijn er regelmatig bijeenkomsten georganiseerd waarin het afnemen en scoren van het interview centraal stond. Het interview heeft plaatsgevonden tijdens een bezoek bij ouders/verzorgers thuis, als onderdeel van een uitgebreider interview. 2.3 De bewerking van de gegevens en het stellen van de normen Overwegingen met betrekking tot de normkeuze Ons streven was het stellen van zo specifiek mogelijke normen, zowel wat. betreft niveau van functioneren, geslacht als kalenderleeftijd. Dit voor de ruwe scores van de domeinen Communicatie (Cam), Dagelijkse vaardigheden (Dag), en Socialisatie (Soc), en voor de gehele schaal (Vine/and-Z-Totaan. Deze normen bestaan uit standaardcijfertabellen (Com-stc, Dag-stc, Soc-stc en Vineland-Z-stcl en decieltabellen (Com-deciel, Dag-deciel, Soc-deciel en Vineland-Z-decien. We wilden dat twee vragen voor de gebruiker beantwoord zouden kunnen worden: al Welke positie neemt deze jongen/dit meisje qua Vineland-Z-uitslag, respectievelijk qua domeinuitslagen en qua domeinopbouw, in binnen de totale populatie kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking? Met andere woorden, binnen alle niveaus tezamen. b) Idem, binnen één (of meer) van de afzonderlijke niveaus van verstandelijke beperking? Het zal opvallen dat wij niet gestreefd hebben naar het stellen van voorzieningsnormen. De reden hiervoor wordt gevormd door de grote veranderingen die plaatsvinden binnen het zorgsysteem. Instellingen worden sterk verkleind, allerlei nieuwe woonvormen ontstaan, kinderen met een verstandelijke beperking gaan steeds vaker naar de gewone basisschool in plaats van naar een dagcentrum of het speciaal onderwijs,. en binnen het speciaal onderwijs vinden grote verschuivingen plaats Oe normgroepen concreet Het onderscheiden van normgroepen heeft alleen zin als er betekenisvolle scoreverschillen tussen subgroepen bestaan. De vier niveaugroepen blijken significant van elkaar te verschillen wat betreft de ruwe scores op de domeinen en op het Vineland-Z-Totaal. Er is geen verschil in score tussen jongens en meisjes in de vier niveaugroepen (Pearson-correlatie tussen sekse en score.00 tot.04). De enige uitzondering hierop is de groep Diep, voor Vineland-Z-Totaal en het domein Dag (Vineland-Z: jongens M 94,6, sd 52,6; meisjes M 65,8, sd 35,3; p=.004; Dag: jongens M 32,9, sd 21,9; meisjes M 19,6, sd 14,7; p=.ool). De verdeling van de ruwe scores (gemiddelde, standaarddeviatie en standaardmeetfout) per niveaugroep is weergegeven in de tabellen 3 tot en met 6. Ook blijkt, zoals redelijkerwijs te verwachten viel, wat betreft de kalenderleeftijd een subgroepindeling gemaakt te kunnen worden. We geven deze, gebaseerd op de ruwe scores voor Vineland-Z Totaal, voor alle niveaugroepen tezamen, voor de licht, respectievelijk de matig verstandelijk Tabel 3. De verdeling van de ruwe scores voor Com per niveau van fünctioneren. Niveau N M sd se Diep 82 25,65 16,63 1,84 Ernstig 89 53,51 19,48 2,07 Matig ,71 23,00 1,54 Licbt ,07 20,88 1,00 Totaal ,02 29,66 1,03 Tabel 4. De verdeling van de ruwe scores voor Dag per niveau van functioneren. Niveau N M sd se Diep 82 27,71 20,38 2,25 Ernstig 89 66,31 29,53 3,13 Matig ,91 31,43 2,11 Licht ,03 28,50 1,37 Totaal ,95 39,16 1,36 Tabel 5. De verdeling van de ruwe scores voor Soc per niveau van functioneren. ' Niveau N M sd se Diep 82 30,00 14,60 1,61 Ernstig 89 54,88 20,05 2,13 Matig ,53 22,11 1,49 Licht ,16 21,55 1,03 Totaal ,37 EL "EL 14

13 ---_._----- Tabel 6. De verdeling van de ruwe scores voor Vineland-Z Totaal per niveau van functîoneren. Diep 82 83, ,35 Ernstig ,69 63,03 6,68 Matig ,15 70,26 4,73 Licbt ,62 3,15 Totaal ,33 92,15 3,21 beperkte niveaugroep, ten slotte voor de gecombineerd ernstig en diep beperkte groep; zie de tabellen 7 tot en met 10. Tabel 7. De verdeling van de ruwe scores voor de VinelandZ per leeftijdsgroep; de vier niveaugroepen tezamen. Vineland-Z leeftijds- Verschil vnrige groep N M sd leeftijdsgroep (p)' ,6 44, ,1 57, ,9 72, ,8 87, , ,3 93, op basis van t-toets, tweezijdig. Tabel 8. De verdeling van de ruwe scores voor de Vineland-Z per leeftijdsgroep; licht verstandelijk beperkte kinderen en jeugdigen. Vineland-Z leeftijds- Verschil vorige groep N M sd leeftijdsgroep (p)' ,8 37, ,6 50A ,2 38, ,1 50, ,2 45, ,2 42, ,8 56, op basis van t-toets, tweezijdig. Tabel 9. De verdeling van de ruwe scores voor de Vineland-Z per leeftijdsgroep; matig verstandelijk beperkte kinderen en jeugdigen. Vineland-Z leeftijds- Verschil vorige groep N M sd leeftijdsgroep (p)' ,0 35, ,4 43, ,5 53, ,., ,2 59, ,9 62, ,4 59, op basis van t-toets, tweezijdig. M Tabel 10. De verdel.ing van de ruwe scores voor de Vineland Z per leeftijdsgroep; ernstig en diep verstandelijk beperkte kinderen en jeugdigen. Xtineland-Z r,l' leeftijds,. '. Verschil vorige groep f N M sd' leeftijdsgroep (p)' ,3 147,3 163,0 1 op basis van t-toets, tweezijdig. 57,8 78,2 82,3 2.4 De structuur van de Vineland Er is gestreefd naar significante scoreverschillen tussen de opeenvolgende leeftijdsgroepen. Op enkele plaatsen is dit niet volledig gelukt. Hier is tevens gekeken naar een onderverdeling die ontwikkelingspsychologisch het meest voor de hand ligt. Zoals blijkt zijn de vierjarigen in het geheel niet en de vijfjarigen alleen in de eerste tabel opgenomen. Bij opsplitsing naar aparte niveaugroepen werd voor het stellen van normen de N bij beide leeftijdscategorieën toch wel onaanvaardbaar klein. Het bereiken van althans een redelijke N was ook de achtergrond van het combineren van de ernstig en diep verstandelijk beperkte niveaugroepen. Bovendien was hier het scoreverloop nogal grillig. De uiteindelijke leeftijdsindeling is hier grof en daardoor betrekkelijk weinigzeggend. Met behulp van een factoranalyse (principale componentenanalyse, varimaxrotatie) is onderzocht of de domeinstructuur van de oorspronkelijke Vineland terug te vinden was. Allereerst is een verkennende factoranalyse uitgevoerd op alle items. Dit bleek, in verband met het overschrijden van het maximale aantal rotaties, niet mogelijk zonder het aantal factoren aan te geven. Gezien de drie domeinen die samen de Vineland vormen, is een drie-factoroplossing ingevoerd. Voor de interpretatie is gekeken naar items met een minimale factorlading van.40. Als items laadden op meer factoren dan werd het item ondergebracht bij de factor waarop de lading het hoogst was, als er een verschil van minimaal.20 was met de lading op de andere factoren. In de totale groep leverde dit drie factoren op die waren te beschrijven als een factor met de gemakkelijkste items (factor 2, verkiaarde variantie 13,3%). een factor met de moeilijkste items (factor 3, verklaarde variantie 9,6%) en een factor met de qua moeilijkheidsgraad in het midden liggende items (factor 1, verklaarde variantie 22,5%). Deze factorindeling lijkt eerder te interpreteren als ontwikkelingsgebonden dan als specifiek domeingerelateerd. Vineland-Z - Handleiding 15

14 Vervolgens is een factoranalyse toegepast op achtereenvolgens de ruwe scores van de domeinen en die van de door de Amerikaanse auteurs onderscheiden subdomeinen. Dit werd ook gedaan in het Amerikaanse onderzoek, ter onderbouwing van de validiteit van de structuur van de Vineland. Beide analyses zijn toegepast op alle niveaugroepen tezamen en op de afzonderlijke niveaugroepen. Met betrekking tot de domeinscores blijkt dat alle drie domeinen hoog laden,.90 tot en met.96, op één factor, zowel bij alle niveaugroepen tezamen als in de afzonderlijke niveaugroepen. De verklaarde variantie is in alle groepen eveneens hoog (83,8% tot en met 91,6%). Met betrekking tot de verdeling van de subdomeinen blijkt dat de drie oorspronkelijke domeinen het duidelijkst terug te vinden zijn in de groepen Licht en Matig. De subdomeinen in deze groepen laden in het algemeen hoog op die domeinen waarin zij zijn ondergebracht door de auteurs. De enige uitzondering is het subdomein Geschreven Taal, dat in de Amerikaanse Vineland - althans bij de gemiddeld-normale standaardiseringsgroep - valt onder Com maar in deze twee Nederlandse verstandelijk beperkte groepen valt onder de factor waarop ook de subdomeinen van Dag hoog laden. De auteurs deden geen factoranalytisch onderzoek op de uitkomsten van personen met een verstandelijke beperking, zodat een goede vergelijking niet mogelijk is. Bij alle niveaugroepen tezamen wordt de oorspronkelijke indeling weer teruggevonden, zij het met meer ruis dan in de groepen Licht en Matig afzonderlijk. Wij geven in tabel 11 een voorbeeld van de door ons gevonden verdeling en wel voor de matig verstandelijk beperkte niveaugroep. Dit alles lijkt te betekenen dat de Nederlandse versie van de Vineland, net als de originele Amerikaanse versie, voornamelijk één dimensie meet, namelijk adaptief functioneren of sociale redzaamheid. Hoewel de indeling die door de auteurs is aangebracht in het interview goed is terug te vinden in de groepen Matig en Licht, is dit, aangezien hiervoor alleen wordt gekeken naar de ladingen van de subdomeinen op Tabel 11. Factorladingen van de ruwe scores van de sub domeinen bij de matig verstandelijk beperkte niveaugroep op drie factoren (PCA, varimaxrotatie) en het percentage verklaarde variantie. Subdomein Factor I Factor 2 Factor 3 Cam RecepIie' Expressief Geschreven Dag Persoonlijk Huishoudelijk Maatschappelijk Soc Interpers. Relaties Spel en Vrije Tijd Sociale Vaardigh % Verklaarde variantie 34,8 29,4 21,3 drie factoren, nogal een magere basis om een drie-dimensiemodel te aanvaarden. In de groep Ernstig/Diep vinden we deze drie dimensies in het geheel niet terug. Dit valt grotendeels te verklaren uit het feit dat - zoals gezegd - de oorspronkelijke Vineland-indeling is gebaseerd op kinderen en jeugdigen met een gemiddeldnormale intelligentie. De groep Ernstig/Diep wijkt daar het meest van af. Kinderen met een ernstige of diepe verstandelijke beperking vertonen gedrag dat lijkt onder te brengen in een meer technische factor, 'Dagelijkse Vaardigheden' en een factor die meer valt te interpreteren als 'Contactgedrag'. Ten slo11e zijn voor de totale groep en voor elke niveaugroep de correlaties berekend tussen de ruwe scores op de domeinen onderling en met het Vineland-Z-Totaal. De uitkomsten staan vermeid in tabel 12. Zoals na de uitkomst van de factoranalyses te verwachten viel, zijn alle correlaties hoog. Wat de correlaties tussen de scores van de drie domeinen betreft, vonden de Amerikaanse auteurs mediaanwaarden van.52 tot.55. Dezelfde correlaties bij hun, zoals gezegd zeer onvoldoende omschreven, onderzoeksgroep volwassenen met een verstandelijke beperking komen meer in de richting van de onze:.55 tot.72. :.: '= f-:= f- f-::" t- tr= (fc f# r(g ( ie. @ Tabel 12. Correlaties binnen de Vineland Z. Ernstig/Diep (N=171) Matig (N=221) Licht (N=434) POP-VB (N=826) Vineland Z Com Dag Vineland-Z Cam Dag Vineland Z Cam Oag Vineland Z Cam Oag Cam ' Dag Soc Voor alle correlaties geldt p 16

15 2.5 Betrouwbaarheid Interne consistentie Uit het Amerikaanse onderzoek bleek dat de interne consistentie in de onderzoeksgroep gemiddeld-normaal intelligente kinderen en jeugdigen al hoog was (.86 tot en met.94) maar dat deze nog hoger was in de onderzoeksgroep met een verstandelijke beperking (.97 tot en rnet.99l. Om een goede vergelijking tussen de Nederlandse en de Amerikaanse resultaten mogelijk te maken is voor het berekenen van de interne consistentie gebruik gemaakt van dezelfde methode als in het Amerikaanse onderzoek, en wordt de interne consistentie weergegeven met split-half betrouwbaarheidscoëfficiënten; zie tabel 13. Tabel 13. Split-half betrouwbaarheidscoëfficiënten. Com Dag Soc Vineland-Z N items betr.co * gecorrigeerd voor halve testlengte met de Spearman Brownformule. Er was onvoldoende spreiding in de ruwe scores op itemniveau in de verschillende niveaugroepen om deze analyses ook toe te passen op alle items per niveaugroep. Dit heeft vooral te maken met te weinig spreiding op bepaalde items, met name in de groep Ernstig/Diep. Op een aantal items scoren alle kinderen 2 (de gemakkelijkste items) of 0 (de moeilijkste items). Naast de interne consistentie in de totale groep is in de groepen Ernstig/Diep en Matig/Licht de interne consistentie verder bestudeerd op grond van de items die wel voldoende spreiding vertoonden (0,25-1,75). Deze split-half betrouwbaarheidscoëfficiënten worden weergegeven in tabel 14. De split-half betrouwbaarheidscoëfficiënten die gevonden zijn in de Nederlandse groep wijken nauwelijks af van de Amerikaanse resultaten in de gemiddeld-normale onderzoekspopulatie. De interne consistentie van de domeinen en het Vineland-Z-Totaal is ook in de Nederlandse onderzoeksgroep hoog, zowel wanneer alle vier niveaus worden samengenomen als wanneer wordt opgesplitst in twee niveaugroepen. De vergelijking die in de Amerikaanse handleiding gemaakt wordt tussen de basisonderzoeksgroep en de aanvullende groep met een verstandelijke beperking is voor de Nederlandse situatie helaas nog niet mogelijk. Onze uitkomsten liggen in ieder geval op hetzelfde, hoge, niveau als die voor de Amerikaanse gemiddeld-normale populatie. Voor de volledigheid berekenden wij eveneens Cronbachs coëfficiënt alpha als meer eigentijdse maat voor de interne consistentie. Voor de totale verstandelijk beperkte onderzoeksgroep (N=826) vonden we de volgende waarden: Com.98, Dag.98, Soc.97, Vineland-Z-Totaal.99. Wanneer de berekening alleen werd toegepast op de iterns die voldoende spreiding vertoonden (0,25-1,75) gaf dit geen enkele wijziging in de uitkomst Tussenbeoordelaar- en test-hertestbetrouwbaarheid Er werd geen tussenbeoordelaar- en test-hertestbetrouwbaarheidsonderzoek uitgevoerd bij onze verstandelijk beperkte populatie. Ook de Amerikaanse handleiding verstrekt hierover bij deze niveaucategorie geen informatie, echter wel wat betreft de gemiddeld-normale populatie. Met een tussentijd van gemiddeld acht dagen werden de ouders/verzorgers van 160 kinderen en jeugdigen tweemaal geïnterviewd door verschillende beoordelaars. Een partiële Pearson r (gecorrigeerd voor de kalenderleeftijd van de kinderen) werd berekend over alle uitkomsten (uitgedrukt in ruwe scores) tezamen. De tussenbeoorde/aarbetrouwbaarheid voor het domein Com komt aldus uit op.95, die voor Dag op.90 en die voor Soc op.80. Alle waarden zijn acceptabel tot zeer goed. Het test-hertestonderzoek vónd plaats bij 484 kinderen en jeugdigen, verdeeld over zes leeftijdsgroepen. De interviewer was tweemaal dezelfde persoon, de tussentijd was gemiddeld 17 dagen. Het ging weer om een vergelijking van de ruwe scores per domein. Per leeftijdsgroep kwam de Tabel 14. Split-half betrouwbaarheidscoëfficiënten (na itemselectie)., Ernstig/Diep (N=171) Matig/licht IN=655) Allen (N=826) items betr.co.* items betr.co.* items betr.co.* Com BB 40.Bl Dag 44.BB 4B.B Soc 30.B B7 Vineland-Z * gecorrigeerd voor halve te5tlengte met de SpearmanMBrownformule. Vineland-Z - Handleiding 17

16 --- test-hertestbetrouwbaarheid, uitgedrukt in de Pearson r, uit op.80 tot.98 voor Com,.87 tot.96 voor Dag en.77 tot.92 voor Soc. Alle kinderen samengenomen kwam de voor kalenderleeftijd gecorrigeerde r uit op respectievelijk.97,.95 en.89. AI deze waarden zijn goed tot zeer goed. 2,6 De moeilijkheidsgraad van de items Op het scoringsformulier van de Survey versie zijn de items niet alleen naar domein, maar binnen ieder domein ook op moeilijkheidsgraad gerangschikt. De laatstgenoemde rangschikking, in feite op ontwikkelingsstadium gebaseerd, is van belang voor het hanteren van een begin- en afbreekregel. De Amerikaanse auteurs geven één set regels voor zowel de gemiddeld-normale populatie als de populatie met een verstandelijke beperking. Blijkbaar ging men er van uit dat de gegeven rangschikking, gebaseerd op de normering bij de gemiddeld-normale populatie, ook geldig is voor de mensen met een verstandelijke beperking. Bij ons onderzoek konden wij weinig anders doen dan de originele rangschikking en de originele begin- en afbreekregel overnemen. Het leek ons van belang na te gaan, nu we over een flink databestand beschikken, of wij dezelfde rangschikking vinden als de auteurs. Hierbij bestaat wel een probleem. Mocht de rangschikking duidelijk afwijken, wat is daarvan dan de achtergrond? Speelt het andere land met andere gewoonten enzovoort een doorslaggevende rol? Gaat het juist om het verschil gemiddeld-normaalbegaafd versus verstandelijk beperkt? Of speelt het tijdstip van de verzameling van de gegevens, 1981/1982 versus 1998/2000 tevens mee? Om na te gaan of de domeinen van de Vin eland kunnen worden beschouwd als schalen die één onderliggende 'trait' meten, is een Mokkenanalyse toegepast (Molenaar et al., 2000). Dit is een non-parametrisch Item Response Theorie (IRT) model, om de schaalbaarheid te toetsen van een combinatie items die verondersteld worden één latente 'trait' te meten. Binnen de IRT hebben de items van een schaal ook een positie op die latente 'trait', meestal geïnterpreteerd als de moeilijkheidsgraad. Dit houdt in dat de items waarop veel kinderen maximaal scoren (de 'makkelijkste' items) het ene uiterste van de rangschikking vormen, en items waar weinig kinderen op scoren (de 'moeilijkste' items) het andere uiterste. De zogenoemde waarde van hom*ogeniteit (Hl. wordt gebruikt als de schaalbaarheidscoëfficiënt die de kwaliteit van de schaal uitdrukt. In het algemeen wordt een schaal met een H-waarde van.50 en daarboven beschouwd als een sterke schaal, een schaal met een H-waarde tussen.40 en.50 als een gemiddeld sterke schaal en een schaal met een H-waarde tussen.30 en.40 als een zwakke schaal (Molenaar & Sijtsma, 2000). Analyse van de naar domein uitgesplitste items levert voor Com een H-waarde van.86, voor Dag een H-waarde van.79 en voor Soc een H-waarde van.63 op. We kunnen spreken van sterke tot zeer sterke schalen wat betekent dat er een duidelijke overeenkomst is tussen de ontwikkeling van sociale redzaamheid bij de gemiddeld-normaal begaafde Amerikaanse populatie en bij de Nederlandse verstandelijk beperkte populatie. De originele begin- en afbreekregel konden hoogstwaarschijnlijk met recht worden overgenomen; zie Het gegeven dat de itemvolgorde ondanks de geografische, niveau- en tijdsverschillen zich vrijwel blijkt te handhaven pleit, min of meer indirect, voor de betrouwbaarheid en zelfs voor de validiteit van de Vineland(-Z). 2.7 Validiteit 2.7,1 Algemeen Met de validiteit van een instrument wordt aangegeven hoe goed het instrument in staat is daadwerkelijk datgene te meten wat het beoogt te meten. Aangezien men ervan uit mag gaan dat de sociale redzaamheid a) hoger ligt wanneer iemand op een hoger niveau van verstandelijke beperking functioneert en b) hoger ligt naarmate een kind of jeugdige ouder wordt, zijn de uitkomsten gepresenteerd in 2.3 validiteitsondersteunend. Immers, de Vineland-Z-uitslagen blijken zowel niveau- als kalenderleeftijdsgerelateerd te zijn en wel in de te verwachten richting. Aanvullend kunnen we deze samenhang ook in Pearson ruitdrukken. Voor niveau komen we dan op waarden van.63 tot en met.70 voor de domeinen, en van.70 voor Vineland-Z-Totaal. Voor leeftijd op respectievelijk.39 tot en met.48 en.45. Alle correlaties zijn significant op ten minste 1% niveau (tweezijdig). Hiernaast spelen twee thema's een rol met betrekking tot de validiteit van de Vineland-Z. Ten eerste is het belangrijk te onderzoeken hoe de Vineland-Z-uitslag overeenkomt met die van andere instrumenten die ook sociale redzaamheid meten. Hiermee wordt inzicht in de soortgenootvaliditeit verkregen. Daarnaast is het van belang de Vineland-Z-uitslag te vergelijken met die van instrumenten die juist iets anders beogen te meten, bijvoorbeeld intelligentie of probleemgedrag, de discriminerende validiteit Soortgenootvaliditeit De samenhang tussen de Vineland-Z en desrz De Vineland-Z is voor hetbestuderen van de soort- - "."".. t-"" f- f (il. fl,fl... ff cg: fi: fll fi' fj' fj fj, fj-;. "!:. 18

17 genootvaliditeit bij mensen met een verstandelijke beperking vergeleken met de Sociale Redzaamheidsschaal-Z, SRZ (Kraijer & Kema, 1994b). Dit is een Nederlands instrument voor het meten van de sociale redzaamheid dat veel gebruikt wordt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. De SRZ bestaat uit vier subschalen, te weten Zelfredzaamheid (ZI, Taalgebruik (TL), Taakgerichtheid (TK) en Sociale gerichtheid (S). Samen vormen de scores op deze subschalen de totale score, ofwel het SRZ-Totaal. Als beide instrumenten sociale redzaamheid meten, wat door beide wordt beoogd, dan verwachten we een hoge samenhang. De samenhang tussen de instrumenten is weergegeven in correlatiecoëfficiënten (Pearson r) in de tabellen 15 en 16. In deze tabellen is de samenhang tussen de ruwe scores op de Vineland-Z en de SRZ, tussen SRZ-Z en Dag, tussen SRZ-TL en Com en tussen SRZ-S en Soc met name interessant. Deze coëfficiënten zijn vetgedrukt aangegeven. In tabel 15 geven we de samenhang voor alle vier niveaugroepen tezamen, in tabel 16 die voor de matig en ernstig verstandelijk beperkte niveaugroepen tezamen. Op die laatste twee niveaugroepen richt de SRZ zich immers voornamelijk. Tabel 15. De samenhang tussen de Vineland-Z en de SRZ bij alle vier niveaugroepen tezamen'(n= ). SRZ Z Tl TK S Vineland-Z.93 Com Dg Soc Voor alle correlaties geldt p <.001 (tweezijdig) Tabei 16. De samenhang tussen de Vineland-Z en de SRZ bij de ernstig en mtig verstandelijk beperkte niveaugroepen (N= SRZ Z TL TK. S Vineland-Z.89 Com Dag Soc Voor alle correlaties geldt p <.001 (tweezijdig). De uitkomsten laten zien dat de totaalscores van beide instrumenten hoog correleren (.89 en.93). De correlaties tussen SRZ-Z en Dag en tussen SRZ-TL en Com komen overeen met de verwachting dat juist deze waarden het hoogst zullen uitkomen bij de domein-subschaalvergelijking. Voor de correlatie tussen SRZ-S en Soc gaat dit ook op, alleen komt deze waarde in absolute zin wat lager uit. AI met al zijn deze uitkomsten zonder meer validiteitsondersteunend Discriminerende validileit De samenhang tussen de Vineland-Z en intelligentietests Om de discriminerende validiteit in kaart te brengen zijn de Vineland-Z-uitslagen allereerst vergeleken met die van een aantal in de onderzoeksgroep toegepaste intelligentietests, meestal de BOS 2 30, de SON-R 2Vz-7, de WPPSI-R of de WISC-R. Het concept intelligentie is binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking even belangrijk als het concept sociale redzaamheid, maar verschilt daar inhoudelijk van. De verwachting is dan ook dat de samenhang met het IQ zo laag zal zijn dat in ieder geval inwisselbaarheid van beide concepten uit te sluiten valt. We voeren de vergelijking uit voor alle drie niveaugroepen afzonderlijk. De waarden voor de gecombineerd ernstig/diep verstandelijk beperkte groep komen - waarschijnlijk vanwege het in alle opzichten extreem lage peil van functioneren - nog betrekkelijk hoog uit. Alle waarden geven echter aan dat het meten van het IQ en het meten van sociale redzaamheid inderdaad niet inwisselbaar zijn. Immers, dan zou een correlatie van zo'n.80 of hoger gevonden moeten worden; zie tabel 17. Tabel 17. De samenhang (tweezijdig getoetst, gecorrigeerd voor leeftijd) tussen de Vineland"Z en de uitkomsten van intelligentietests (Totaal-IQ). Ernstig/Diep 99.65**.6"6**.61**.56** Matig * Licht **.33**.38**.21** * P<.01; ** P<.001. N Vineland-Z Com,Dg Soc De Amerikaanse auteurs komen voor twee- tot en met twaalfjarige kinderen uit de gemiddeldnormale onderzoeksgroep tot een correlationele samenhang tussen de uitslagen van de Vineland en de K-ABC van.32. Zij geven aan dat deze samenhang bij hun verstandelijk beperkte onderzoeksgroep (thans gemeten met de WAlS, WA,IS-R of de Stanford-Binet) uitkomt op waarden tussen.30 en.54. Dit wijst op een behoorlijke overeenkomst met onze bevindingen. Er is sprake van een zekere samenhang, maar zeker niet van inwisselbaarheid; zie ook 1.2. AI met al weer een validiteitsondersteunende uitslag De samenhang tussen de Vineland-Z en de SGZ De Storend Gedragsschaal-Z, SGZ (Kraijer & Kema, 1994c) is een Nederlands instrument dat Vineland-Z - Handleiding 19

18 veel gebruikt wordt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking om probleemgedrag te meten. De totaalscare op dit instrument wordt gevormd door de scores op de drie subschalen Agressief storend gedrag (A), Verbaal storend gedrag (V) en Gemengd storend gedrag (G). Aangezien het bij sociale redzaamheid gaat om aangepast gedrag en probleemgedrag een andere omschrijving is van onaangepast gedrag, worden ook bij deze vergelijking lage tot zelfs negatieve correlatiewaarden verwacht. De correlaties zijn weergegeven voor alie niveaus tezamen en voor de gecombineerde diep, ernstig en matig verstandelijk beperkte niveaugroepen waar de SGZ zich vooral op richt; zie de tabellen 18 en 19. Tabel 18. De samenhang (tweezijdig getoetst) tussen de Vineland-l en de SGl bij alle vier niveaugroepen tezamen (N= Vineland-l Com Dag Sn. SGZ -.25** -.20** -.24** -,30*** A ' V.37***.39***.31***.35*** G -.34*** -.29*** -.31*** -.38*** '* p <.05; ** P<.01; *** P<.001. Tabel 19. De samenhang (tweezijdig getoetst) tussen de Vineland-l en de SGl bij de diep, ernstig en matig verstandel.ijk beperkte niveaugroepen tezamen (N= Vineland-Z Com Dag So. SGZ -.22' ' -.27** A V.33***.38***.24**.35*** G -.31*** -.26** -.28** -.35*** '* p <.05; ** p <.01; *** P<.001. De gevonden correlaties voor SGZ-Totaal, A en G komen overeen met de verwachting en ondersteunen aldus de validiteit van de Vineland-Z. De correlatie betreffende subschaal V wijkt hiervan af. De verklaring hiervoor zal zijn dat een kind slechts verbaal storend gedrag kan vertonen als hij/zij (enige) verbale vaardigheid bezit. Verbale vaardigheid vormt, zoals we weten, een onderdeel van sociale redzaamheid De samenhang tussen de Vineland-Z en de ebcl, de VOG-O en de VISK Twee andere instrumenten om algemeen probleemgedrag bij kinderen en jeugdigen te meten zijn de CBCl, Child Behavior Checklist (Achenbach, 1991; Crijnen et al., 1997; Bölte et al., 1999; Noterdaeme et al., 1999; Schmeck et al., 2001) en de Nederlandse versie van de DBC, Developmen- tal Behaviour Checklist (Einfeld & Tonge, 1994; Einfeld & Tonge, 1995). de VOG-O, Vragenlijst voor Ontwikkeling en Gedrag-Ouderversie (Koot & Dekker, 2001). Een meer specifieke meetpretentie heeft de VISK, Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag bij Kinderen (luteijn et al., 2002). Dit instrument, een oudervragenlijst, is ontwikkeld met de bedoeling probleemgedrag van kinderen met (mildere) varianten van een autismespectrumstoornis nauwkeurig te omschrijven. Wat de toepasbaarheid van deze drie instrumenten bij verstandelijk beperkte kinderen en jeugdigen betreft, zijn ze waarschijnlijk het meest geschikt voor de niveaucategorieën licht en matig verstandelijk beperkt. Dit is de reden dat we in de tabellen 20 en 21 alleen de correlationele samenhang van de ruwe totaalscores van deze instrumenten met de Vineland-Z geven voor alle niveaus tezamen en voor de gecombineerde licht en matig verstandelijk beperkte niveaugroep. Tabel 20. De samenhang (tweezijdig getoetst) tussen de Vineland-l en respectievelijk de CSCL, de VOG-O en de VISK bij alle vier niveaugroepen tezamen (N=8261. Instrument Vineland-Z Com Dag So. CSCL VOG-O VISK Voor alle correlaties geldt p <.001. Tabel 21. De samenhang (tweezijdig getoetst) tussen de Vineland-l en respectievelijk de CSCL, de VOG-O en de VISK bij de gecombineerd licht en matig verstandelijk beperkte niveaugroepen (N=644). Instrument Vineland-l Com Dag So. CS CL VOG-O VISK Voor alle correlaties geldt p < De correlaties per subschaal liggen voor de CBCl rond.00 tot en met -.20 en voor de VOG-O tussen -.00 en -.30, waarbij de subschaal In zichzelf gekeerd eruitspringt met waarden tussen -.47 en De correlaties met de VISK-subschalen verschillen nogal: voor Niet afgestemd en Niet snappen rond.00, echter voor Oriëntatieproblemen en Stereotiep gedrag rond We zien bij deze twee niveaugroepen een iets meer uitgesproken samenhang (in dezelfde richting) dan bij de totale verstandelijk beperkte populatie. Ook nu wordt weer duidelijk dat sociale redzaamheid en het vertonen van probleemge-. ft. lil \lil: \lil: '4!i: 4!i:; 20

19 drag, ofwel adaptief en maladaptief gedrag, elkaar uitsluiten. Wat betreft de Vineland nogmaals een validiteitsondersteunende uitslag De samenhang tussen de Vine/and-Z en de A VZ-R, de ABC, de AD/-R en de ADOS Wij richten ons nu op de samenhang tussen de Vineland-Z en vier instrumenten die als meetpretentie hebben het steun geven bij de diagnostiek van 'autisme'. Twee instrumenten richten zich in principe op het kernautisme, volgens de DSM-omschrijving Autistic Disorder. Dit betreft de ABC, Autism Behavior Checklist (Krug et al., 1980) en de ADI-R, Autism Diagnostic Interview Revised (Lord et al., 1994). De AVZ-R, Autisrne en Verwante Stoornissenschaal-Z-Revisie (Kraijer, 1999). en de ADOS, Autism Diagnostic Observation Schedule (Lord et al., 2002) richten zich op het hele autismespectrum, in DSM-terminologie het gehele veld van de PDD's, ofwel pervasieve ontwikkelingsstoornissen. De AVZ-R en de ABC zijn weinig invultijd vragende instrumenten, die ook als screener gebruikt kunnen worden. De ABC werd ingevuld door de ouders. De AVZ-R werd - noodgedwongen - meestal niet ingevuld door een gedragswetenschapper of arts, maar door de leerkracht of groepsleiding, samen met betrokken hulpverleners binnen de voorziening van het kind. De ADI-R en AD OS vergen veel afnametijd. Bovendien moet de ermee werkende professional een speciale training volgen. In tabel 22 geven wij, zoals steeds uitgedrukt in Pearson r, de samenhang tussen de Vineland Z-uitslagen en die van de vier instrumenten weer. Het aantal betrokken onderzoekspersonen (van alle vier niveaus van functioneren) komt voor de AVZ-R en de ABC uit op 813, voor de ADI-R en de ADOS op 180 kinderen en jeugdigen. Zeer duidelijk komt naar voren dat het vertonen van autisme, respectievelijk een PDD, het sociale Tabel 22.0e samenhang (tweezijdig getoetst) tussen de Vineland-Z en respectievelijk de AVZ-R, de ABC, de AOI-R en de AOOS. Instrumen!,?t Vineland-Z i, Com /)1 Dag; Soé I AVZ-R ABC ADI-R ADOS Voor alle correlaties geldt p < redzaamheidsniveau, in dit geval gemeten met de Vineland-Z, drukt. Dit is in overeenstemming met de researchbevindingen zoals we die aanhaalden in 1.2. Meer verfijnde uitspraken over de samenhang met deze instrumenten zijn ook mogelijk: - betreffende de AVZ-R: kinderen met de classificatie PDD scoren significant lager op de Vineland-Z en de domeinen dan kinderen met de classificatie Twijfel wel/geen PDD (p <. 01) en de kinderen zonder PDD (p <.001): k',nderen met de classificatie Twijfel scoren op hun beurt lager dan de kinderen zonder PDD (p <.01); betreffende de ADOS: kinderen met de classificatie Autistic Disorder scoren significant lager op de Vineland-Z en de domeinen dan kinderen met de classificatie PDD-NOS (p <01) en de kinderen zonder PDD (p <.01). Als we de Vineland-Z-uitslag bekijken bij de kinderen die door ervaren clinici werden geclassificeerd met de DSM-IV-TR (N=180), dan zien we dat ook hiervoor geldt dat kinderen met de classificatie Autistic Disorder ten dele lager scoren op de Vineland-Z dan kinderen met de classificatie PDD-NOS (Vineland-Z-Totaal en Soc p <.05) en significant lager dan de kinderen zonder PDD (p <.001). AI deze bevindingen vormen wederom een ondersteuning voor de validiteit van de Vineland-Z. Vineland-Z - Handleiding 21

20 !I,!I,!I,, ij ij ij ij ij ij ij ij ij ij ij ij ij ij 1I Literatuur Achenbach, T.M. (1991). Manual for the Child Behavior Checklist/4-18 and 1991 profile. BurlingtonYT: University of Vermont, Department of Psychiatry. American Association on Mental Retardation (2002). Mental re tardation. Definition, c1assification and systems of support 10th edition. Washington DC: American Association on Mental Retardation. American Psychiatrie Association (2000). Diagnos "tic and Statistical Manual of Mèntal Disorders, 4th edition, text revision (DSM-/V- TR). Washington, DC: American Psychiatrie Association. Bildt, AA de., Sytema, S., Kraijer, D.W., Ketelaars, C., Volkmar, F. & Minderaa, R. (ingediend). Measuring pervasive developmental disorders in children and adolescents with mental retardation. Bioom, AS. & Zelko, FA (1994). Variability in adaptive behavior in children with developmental delay. Joumal of Clinical Psychologv. 50, Bölte, S., Dickhut, H. & Poustka, F. (1999). The Child Behavior Checklist (CBCl) in autistic subjects. European Child andadolescent Psychiatry, 8, 70. Carpentieri, S. & Morgan, S.B. (1996). Adaptive and intellectual functioning in autistic and nonautistic retarded children. Joumal of Autism and Developmental Disorders, 26, Carter, AS., Volkmar, F.R., Sparrow, S.S., Wang, J.J., lord, C., Dawson, G. et al. (1998). The Vineland Adaptive Behavior Scales: supplementary norms for individuals with autism. Joumal of Autism and Developmental Disorders, 28, Crijnen, AA, Achenbach, T.M. & Verhuist, F. (1997). Comparisons of problems reported by parents of children in 12 cultures: total problems, externalizing, and internalizing. Joumal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatrv. 36, DolI, E.A (1953). Measurement of social competence. Circle Pines: American Guidance Service. Dykens, E.M., Hodapp, R.M., Walsh, K. & Nash, l.j. (1992). Adaptive and maladaptive behavior in Prader-Willi syndrome. Joumal of the American Academy of Child andadolescent Psychiatry, 31, Vineland-Z - Handleiding Dykens, E.M., Hodapp, R.M., Ort, S. & leekman, JF. (1993). The trajeetory of adaptive behavior in males with fragile X syndrome. Joumal of Autism and Deve/opmental Disorders, 23, Dykens, E.M., Hodapp, R.M. & Evans, D.W. (1994). Profiles and development of adaptive behavior in children with Down Syndrome. American Joumal on Mental Retardation, 98, Dykens, E.M., Hodapp, R.M. & Finucane, B.M. (2000). Genetics and mental retardation syndromes. Baltimore: Paul H. Brooks. Einfeld, S.L. & Tonge, B.J. (1994). Manual for the Developmental Behaviour Checklist Primary Carer Version. Sydney!Melbourne: University of New South Wales & Monash University. Einfeld, S.l. & Tonge, B.J. (1995). The Developmental Behavior Checklist: the development and validation of an instrument to assess behavioral and emotional disturbance in children and adolescents with mental retardation. Joumal of Autism and Developmental Disorders, 25, Ford, J. & Gaylord-Ross, R. (1990). Ecological validity revisited: a 1O-year comparison of two journais. American Joumal on Mental Retardation, Freeman, B.J., Ritvo, E.R., Yokota, A, Childs, J. & Pollard, J. (1988). WISC-R and Vineland Adaptive Behavior Scale scores in autistic children. Joumal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatrv, 27, Freund, l.s., Peebles, C.D., Aylward, E. & Reiss, Al. (1995). Preliminary report on cognitive and adaptive behaviors of pre-school-aged males with fragile X. Deve/opmental Brain Dysfunction, 8, Kahn, J.V. (1992). Predicting adaptive behaviour of severely and profoundly mentally retarded children with early cognitive measures. Journal of.lntel/ectual Disability Research, 36, Koot, H.M. & Dekker, M.C. (2001). Handleiding voor de VOG. Ouder- en leerkracht versie. Rotterdam: Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie, Erasmus Medisch Centrum, Sophia Kinderziekenhuis! Erasmus Universiteit Rotterdam. 23

21 Kraijer, O.W. (1987). Autisme en zwakzinnigheid. Een bijdrage tot de differentiaaldiagnostiek. RUIT, 51, Kraijer, O.W. & Kema, G.N. (1994a). SMZ, Schaal voor Motoriek-Z. Tweede, herziene uitgave. Lisse: Swets & Zeitlinger. Kraijer, O.W. & Kema, G.N. (1994b). SRZ, Sociale Redzaamheidsschaal-Z. Vijfde, herziene uitgave. Handleiding. Lisse: Swets & Zeitlinger. Kraijer, O.w. & Kema, G.N. (1994c). SGZ, Storend Gedragsschaal-Z. Derde, herziene uitgave. Lisse: Swets & Zeitlinger. Kraijer, O.W. (1999). Autisme- en Verwante stoornissenschaal-z-revisie. Handleiding. Derde, herziene en uitgebreide uitgave. Lisse: Swets & Zeitlinger. Kraijer, O.W. (2000). Review of adaptive behavior studies in mentally retarded persons with autisml pervasive developmental disorder. Joumal of Autism and Developmental Disorders, 30, Kraijer, O.w. & Plas, J.J. (20Ö2). Handboek psychodiagnostiek en verstandelijke beperking. Lisse: Swets & Zeitlinger. Krug, O.A., Arick, J.R. & Almond, P.J. (1980). Autism Screening Instrument for Educational Planning. Portland, Oregon: ASIEP Ed.Cy. Liss, M., Harel, B., Fein, D., Allen, D., Dunn, M., Feinstein, C. et al. (2001). Predictors and correlates of adaptive functioning in children with developmental disorders. Joumal of Autism and Developmental Disorders, 31, Lord, C., Rutter, M. & Le Couteur, A (1994). Autism Oiagnostic Interview-Revised: a revised version of a diagnostic interview for caregivers of individuals with possible pervasive developmental disorders. Joumal ofautism and Developmental Disorders, 24, Lord, C., Rutter, M., Dilavore, P.C. & Risi, S. (2002). Autism Diagnostic Observation Schedule. Los Angeles: Western Psychological Services. Loveland, K. & Kelley, M.L. (1991). Oevelopment of adaptive behavior in preschooiers with autism or Down syndrome. American Joumal on Mental Retardation, 96, Loveland, K. & Tunali-Kotoski, B. (1998). Oevelopment of adaptive behavior in persons with mental retardation. In: J..A Burack, R.M. Hodapp & E. Zigler (Eds.), Handbaak of mental retardation and development (pp ). Cam bridge, England: Cambridge University Press. Luteijn, E., Minderaa, R. & Jackson, S. (2002). Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag bij Kinderen, Handleiding. Lisse: Swets & Zeitlinger. Molenaar, I.W., Schuur, W.H. van, Sijtsma, K. & Mokken, R.J. (2000). MSPWIN 5.0 A com- puterprogram for Mokken scale analysis [Computer software]. Groningen: Progamma. Molenaar, l.w. & Sijtsma, K. (2000). MPS5 for Windows. A program for Mokken Scale Anelysis for Polytomous Items, User's Manual. Groningen: Progamma. Noterdaeme, M., Minow, F. & Amorosa, H. (1999). Anwendbarkeit der Child Behavior Checklist bei entwicklungsgestörten Kindern [Applicability of the Child Behavior Checklist in developmentally delayed children]. Zeitschrift für Kinder- und Jugendpsychiatrie und Psychotherapie, 27, Researchgroep Ernstige Ontwikkelingsstoornissen, V.O.R. (1995). Vineland Adaptive Behavior Scales - ExpandedandSurvey Version. Leiden: Rijksuniversiteit Leiden. Resing, W.C.M, Evers, A, Koomen, H.M.Y, Pameijer, N.K., Bleichrodt, N., Boxtel, H. van et al. (2002). Indicatiestelling: condities en instrumentarium. NDC-Boom. Rodrigue, J.R., Morgan, S.B. & Geffken, G.R. (1991). A comparative evaluation of adaptive behavior in children and adolescents with autism, Down syndrome, and normal development. Joumal of Autism and Developmental Disorders, 21, Scha loek, R.L. & Braddock, O.L. (1999). Adaptive behavior and its measurement. Implications for the field of mental retardatiol1. Washington: American Association on Mental Retardation. Schmeck, K., Poustka, F.,.Oöpfner, M., Plück, J., Berner, W.. Lehmkuhl, G. et al. (2001). Discriminant validity of the Child Behavior Checklist CBCL-4/18 in German samples. European Child and Adolescent Psychiatry, 10, Sparrow, SS, Balla, D. & Cicchetti, D.V. (1984). Vineland Adaptive 8ehavior Scales (Survey edition). Circle Pin es, MN: American Guidance Service. Sparrow, SS & Cicchetti, DV (1987). Adaptive behavior and the psychologically disturbed child. Joumal of Special Education, 21, Sparrow, SS (1997). Oevelopmentally based assessments. In: D.J. Cohen & F. Volkmar (Eds.l. Handbook of autism and pervasive developmenta( dis orders (pp ). New Vork: John Wiley & Sons, Inc. Thompson, J.R., McGrew, K.S. & Bruininks, R.H. (1999). Adaptive and maladaptive behavior: functional and structural characteristics. In: R.L. Scha loek & D.L. Braddock (Eds.), Adaptive behavior and its measurement. Implications for the field ofmentalretardation. Washington DC: American Association on Mental Retardation. Vig, S. & Jedrysek, E. (1995). Adaptive behavior of young urban children with developmental disabilities. Mental Retardation, 33,

22 Volkmar, F.R., Sparrow, SS, Goudreau, D., Cicchetti, D.V., Paul, R. & Cohen, D.J. (1987). Social deficits in autism: an operational approach using the Vineland Adaptive Behavior Scales. Joumal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatrv. 26, Volkmar, F.R., Carter, A., Sparrow, S.S. & Cicchetti, D.V. (1993). Quantifying social development in autism. Joumal of the American Acaderny of Child and Adolescent Psychiatry, 32, Widaman, K.F. & McGrew, K.S. (1996). The structure of adaptive behavior. In: J.W. Jacobson & JA Mulick (Eds.), Manual of diagnosis and professional practice in mental retardation. Washington DC: American Psychological Association..ti.'._:.'." I' Vineland-Z - Handleiding 25

23 ,,,,, PRAKTISCHE HANDLEIDING j j t t t,,, ;

24 , at De toepassing van de Vineland-Z,,, 11!I I I I I I I :t :t :t, j 4.1 Inleiding De Vineland-Z omvat 225 items die deel uitmaken van drie domeinen. Ieder van deze domeinen kent weer drie aandachtsgebieden (subdomeinen): Communicatie (Com) 67 items Receptief Expressief Geschreven Taal Dagelijkse Vaardigheden (Dag) 92 items Persoonlijk Huishoudelijk Maatschappelijk Socialisatie (Soc) 66 items Interpersoonlijke Relaties Spel en Vrije Tijd Sociale Vaardigheden. De Vineland-Z wordt in een open interview afgenomen. De interviewer is bij voorkeur een gedragswetenschapper of maatschappelijk werkende. Het volgen van een training is noodzakelijk. De informant kan een ouder, verzorger of begeleider zijn, in ieder geval iemand die het kind of de jeugdige in zijn/haar dagelijkse doen en laten goed kent. Het interview heeft zoveel mogelijk het karakter van een gesprek. Dit betekent dat de inhoud van de items ter sprake komt in een gesprek over de communicatie, dagelijkse vaardigheden en het sociale gedrag van het kind of de jeugdige en niet dat de reeksen items letterlijk voorgelezen worden. Als een antwoord op een open vraag nog onvolledig of onduidelijk is, wordt doorgevraagd tot het mogelijk is een item te scoren. Het accent ligt steeds op datgene wat het kind of de jeugdige feitelijk doet, niet op datgene wat hij/zij eventueel nog zou kunnen leren of onder andere omstandigheden waarschijnlijk wel zou doen. Regelmatig kan het doorvragen zo plaatsvinden dat het mogelijk is twee of meer items te scoren. Een gedegen kennis van de structuur, de iteminhoud en de scoringscriteria is hiervoor vanzelfsprekend vereist. Het stellen van vragen die een gedragsbeschrijving uitlokken levert hierbij veel meer op dan vragen waarop een ja/nee-antwoord voldoende is. Het zal duidelijk zijn dat invulling van de Vineland-Z door een ouder/verzorger of door het kind/de jeugdige zelf beslist niet de bedoeling is. Vineland Z - Handleiding De schaal is hiervoor eenvoudigweg niet genormeerd. Het afnemen van de Vineland-Z vraagt, vooral afhankelijk van het niveau van functioneren van het kind of de jeugdige, zo'n 20 tot 60 minuten. Ten slotte nog één algemene opmerking. De Amerikaanse auteurs pasten de Vineland toe bij volwassenen met een verstandelijke beperking. Het is verleidelijk de Vineland-Z ook toe te passen bij Nederlandse volwassenen en dan de normtabellen voor de hoogste leeftijdscategorie te hanteren. Aangezien er geen (Vineland-Z-)gegevens over de ontwikkeling van de sociale redzaamheid na de negentiende verjaardag beschikbaar zijn, raden wij een dergelijke toepassing af. 4.2 Het invullen en verwerken van de gegevens Algemeen Op het Vineland-Z-formulier zijn de items, per domein, gerangschikt op moeilijkheidsgraad, zo men wil ontwikkelingsstadium. In het bijzonder bij op hoger niveau functionerende of oudere kinderen is het lang niet altijd nodig te beginnen bij het eerste (= gemakkelijkste) item van een domein. De interviewer schat aan de hand van enige basale persoonlijke gegevens de ontwikkelingsleeftijd van het kind of de jeugdige en richt het interview op de items die hierbij passen. Als ondergrens hanteert de Vineland de hoogste zeven opeenvolgende items waar een 2 wordt gescoord. Bij (zeer) laag niveau kinderen en bij jonge kinderen heeft het geen zin in het interview alle moeilijker items te betrekken. Als bovengrens hanteert de Vineland-Z de laagste zeven opeenvolgende items waar een 0 wordt gescoord. Het is van belang om niet te vergeten dat alle items beneden de ondergrens formeel een score 2 ontvangen; deze scores moeten bij de optelling voor het betreffende domein betrokken worden! Er zijn drie mogelijke itemscores. Eén van deze drie voorgedrukte scores wordt omcirkeld. 2 ja, gewoonlijk; het kind/de jeugdige laat het in het item omschreven gedrag gewoonlijk zien. 29

25 1 soms of gedeeltelijk; het kind/de jeugdige laat het in het item omschreven gedrag soms of gedeeltelijk zien. o nee of nooit; het kind/de jeugdige laat het in het item omschreven gedrag niet of nooit zien. De reden of achtergrond hiervan doet niet ter zake, het gaat immers, zoals aangegeven in 3.1, om het feitelijke gedrag. Bij enkele items kan alleen een 2 of een 0 gescoord worden. Score 0 staat hier voor zowel score 1 als score O. Er zijn nog twee andere, min of meer oneigenlijke itemscores mogelijk. Gebruik hiervan dient echter zo veel mogelijk vermeden te worden. Is gebruik beslist nodig dan kunnen deze scores ook omcirkeld worden. N niet van toepassing; alléén bij de items waar deze score eventueel gebruikt mag worden is de N als mogelijkheid voorgedrukt. Zie voor een voorbeeld item 30 'Neemt op juiste wijze de telefoon aan' bij een kind/jeugdige waar geen telefoon aanwezig is in de dagelijkse omgeving. WN weet niet; deze score alleen gebruiken als de informant het niet weet. Het zal duidelijk zijn dat veel WN-scores de Vineland-Z-uitkomst onbetrouwbaar maken. De N- en WN-scores worden uiteindelijk met een o gewaardeerd. Na afloop van het interview worden de N-scores en WN-scores opgeteld. Bij 5 of meer WN-scores op een domein moeten de gegevens van dat domein voor de verdere interpretatie buiten beschouwing gelaten worden en zal het moeten worden uitgevraagd bij een persoon die het kind/de jeugdige beter kent in zijn/haar dagelijkse doen en laten. 4,2,2 Itemsgewijs We geven een overzicht (per domein) van de Vineland-Z-items en bijbehorende instructie. De items lopen op in moeilijkheidsgraad. Leeftijdsindicaties geven het bijpassende ontwikkelingsniveau aan, wat hulp biedt bij het bepalen van een startpunt voor het interview. Com: indicatie ontwikkelingsleeftijd: < 1 jaar Draait ogen en hoofd in de richting van geluid 2 Luistert minstens een ogenblik als de ouder/ verzorger tegen hem/haar praat 3 Glimlacht als reactie op de aanwezigheid van de ouder of verzorger (glimlacht bijvoorbeeld als de ouder/verzorger de kamer binnenkomt of tegen hem/haar praat) 4 Glimlacht als reactie op een bekende die niet de ouder of verzorger is (hij/zij reageert bijvoorbeeld als er tegen hem/ haar gepraat wordt, als hij/zij wordt opgepakt of als een bekende hem/haar nadert. Om 2 te scoren hoeft hij/zij niet tegen onbekenden te lachen) 5 Tilt armen op wanneer de ouder of verzorger zegt" Kom maar" of "Kom eens hier" (scoor 2, ook als hij/zij meer reageert op de stem en de gebaren van de ouder/verzorger dan op de woorden; als hij/zij naar de ouder/ verzorger toegaat als deze zegt "Kom eens hier", scoor dan 2) 6 Toont begrip van de betekenis van 'nee' (wanneer de ouder/verzorger "Nee" zegt, moet hij/zij stoppen met zijn/haar bezigheid of de indruk geven dat hij/zij van plan is te stoppen; als de ouder/verzorger geen "Nee" zegt, scoor dan 0) 7 Imiteert geluiden van volwassenen meteen nadat hij/zij ze gehoord heeft (de tijd tussen het geluid van de volwassene en de imitatie mag niet meer dan een paar seconden zijn; scoor ook 2 als hij/zij woorden zegt) 8 Toont begrip van de betekenis van ten minste 10 woorden (bijvoorbeeld, hij/zij pakt een boek als er gevraagd wordt: "Waar is je boek?") id iic' fi fi iic, i é2 '.,.... '. é

26 Com: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 1 jaar 9 Maakt de juiste gebaren om 'ja', 'nee' of 'ik wil' uit te drukken (bijvoorbeeld, hij/zij lacht of reikt ergens naar om ja' aan te geven, schudt zijn/haar hoofd van 'nee' en reikt naar een voorwerp of maakt geluiden om 'ik wil' aan te geven; de gebaren hoeven niet met geluiden gepaard te gaan; maakt hij/zij voor één of twee van de drie wensen de juiste gebaren, dan is de score 1) 10 Luistert aandachtig naar aanwijzingen (als de ouder/verzorger rechtstreeks tegen hem/haar praat, dan kijkt hij/zij deze aan en valt deze gewoonlijk niet in de rede) 11 Toont begrip van de betekenis van 'ja' of 'dat is goed' (bijvoorbeeld, hij/zij glimlacht of gaat door met zijn/haar bezigheid als de ouder/verzorger "Ja" zegt) 12 Voert opdrachten uit die een handeling én een voorwerp vereisen (bijvoorbeeld: "Pak je boek", "Zoek je schoenen") 13 Wijst op verzoek minstens één belangrijk lichaamsdeel correct aan (bijvoorbeeld: hoofd, gezicht, ogen, neus, mond, armen, benen, handen of voeten) 14 Gebruikt voornamen of bijnamen van broertjes of zusjes, vriendjes of leeftijdsgenoten of spreekt hun namen op verzoek uit (de articulatie hoeft niet perfect te zijn om 2 te scoren) 15 Gebruikt zinnen die een zelfstandig naamwoord en een werkwoord of twee zelfstandige naamwoorden bevatten (de articulatie hoeft niet perfect te zijn om 2 te scoren; een voorbeeld van een zin met een zelfstandig naamwoord en een werkwoord: "Sara kom ", van een zin mettweezelfstandige naamwoorden: "Robert stoel" of "Hondje bot") 16 Benoemt uit eigen beweging minstens 20 voorwerpen (de articulatie hoeft niet perfect te zijn om 2 te scoren; 7 kan niet gescoord worden) 17 Luistert minstens 5 minuten naar een verhaaltje (hij/zij blijft stil en richt zijn/haar aandacht volledig op de verteller) 18 Geeft een voorkeur aan als hij/zij mag kiezen (hij/zij toont bijvoorbeeld zijn/haar voorkeur door geluiden of gebaren als hem/haar gevraagd wordt "Ga je mee of blijf je liever hier?" of "Wil je deze of die trui?") Com: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 2 jaar 19 Heeft een woordenschat van minstens 50 herkenbare woorden (de articulatie hoeft niet perfect te zijn om 2 te scoren; 7 kan niet gescoord worden) 20 Legt spontaan in eenvoudige bewoordingen relaties tussen ervaringen (om 2 te scoren hoeft hij/zij slechts losse woorden of eenvoudige zinnetjes te gebruiken, bijvoorbeeld"koken ", "Hondje" of "Bal spelen ") 21 Brengt een eenvoudige boodschap over (bijvoorbeeld: "Het eten is klaar" of "We gaan naar de winkel ") 22 Gebruikt zinnen van 4 of meer woorden (de articulatie hoeft niet perfect te zijn om 2 te scoren, het gaat om het zich willen uitdrukken) 23 Wijst op verzoek alle lichaamsdelen correct aan (belangrijke (zie item 73), maar ook minder belangrijke als vingers, ellebogen, tanden, oren, tong, nek, knieën, tenen, buik en haren; 7 kan niet gescoord worden) 24 Heeft een woordenschat van minstens 100 herkenbare woorden (de articulatie hoeft niet perfect te zijn om 2 te scoren; 7 kan niet gescoord worden) 25 Praat in volledige zinnen (volledige zinnen bevatten een onderwerp, een werkwoord en een bepaling, als dit van belang is voor de be-tekenis van een zin; voorbeelden zijn: "Hij ging naar de winkel" en "Ik vind mijn nieuwe boek mooi"; een goed gebruik van de grammatica is vereist; hij/zij mag geen slecht lopende zinnen gebruiken; dialect is toegestaan; de articulatie hoeft niet perfect te zijn om 2 te scoren) 26 Gebruikt lidwoorden in uitdrukkingen of zinnen (voorbeelden: 'een hond', 'de bal'. Als slechts één van de lidwoorden goed gebruikt wordt, is de score 7. Scoor 2 bij dove personen die gebarentaal gebruiken (deze kent geen lidwoorden)) 27 Voert opdrachten uit in de 'als dan'-vorm (voorbefjlden: "Als je handen vies zijn, (dan) moet je ze wassen" of "Als je het koud hebt, (dan) moet je een trui aantrekken ") 28 Noemt eigen voor- en achternaam als erom gevraagd wordt (één voornaam is voldoende om 2 te scoren; de articulatie hoeft niet perfect te zijn om 2 te scoren) 29 Stelt vragen die beginnen met 'wat', 'waar', 'wie', 'waarom' en 'wanneer' (hij/zij moet al deze woorden gebruiken om 2 te scoren; 7 kan niet gescoord worden) Vineland-Z - Handleiding 31

27 Cam: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 3 à 4 jaar 30 Geeft aan welke van twee niet aanwezige voorwerpen het grootst is (hij/zij geeft bijvoorbeeld het goede antwoord op de vraag: "Wat is groter, een kat of een muis?") 31 Brengt op verzoek ervaringen gedetailleerd met elkaar in verband (voorbeelden: "Ik ging naar het huis van Jan en heb daar met de trein gespeeld" of "We kregen sinaasappelsap en kaas op een prikkertje "; het gaat om de hoeveelheid details en niet om de grammatica of de articulatie) 32 Gebruikt het voorzetsel 'achter' of 'tussen' in een zin (voorbeelden: "achter het bureau" en "tussen de tafel en het raam ") 33 Gebruikt het voorzetsel 'om' in een zin (voorbeelden: "om de hoek" en "ze had een halsketting om haar hals ") 34 Gebruikt uitdrukkingen of zinnen waarin de voegwoorden 'maar' en 'of' voorkomen (voorbeelden: "Michiel of Sara", "Wil je een boek lezen of tv kijken?" en "Ik wil mee, maar Jannie wil hier blijven "; scoor 1 als slechts één van beide voegwoorden gebruikt wordt) Cam: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 5 jaar 37 Zegt alle letters van het alfabet uit het hoofd op (de letters mogen al dan niet in volgorde opgezegd worden; score I als hij/zij het alfabetliedje zingt, maar het alfabet niet opzegt) 38 Leest minstens 3 algemeen voorkomende borden met aanwijzingen (voorbeelden: borden met 'ingang', 'uitgang', 'restaurant', 'dames', 'heren'; score ook 2 als hij/zij de woorden van een woordenlijst leest; scoor 1 als hij/zij de woorden niet leest, maar herkent aan de vorm of afgaat op het pictogram) 39 Noemt op verzoek maand en datum van zijn/ haar verjaardag (score 1 als hij/zij maar één van beide aangeeft) 40 Gebruikt onregelmatige meervoudsvormen (bij onregelmatige meervoudsvormen wordt niet eenvoudigweg -s of -en aan het enkelvoud toegevoegd; voorbeelden: 'kinderen', 'eieren' en 'koeien') 35 Articuleert duidelijk zonder klankverwisselingen (het gaat om de articulatie, niet de grammatica; voorbeelden van klankverwisselingen: 'fooien' voor 'gooien; 'ponijn' voor 'konijn' en 'MelIie ' voor 'Nel/ie'; scoor 1 als er slechts één klankverwisseling is) 36 Vertelt een verhaaltje, een,sprookje, een uitgebreide mop of de clou van een tv-programma (voorbeelden: Roodkapje, Sneeuwwitje, een bijbelverhaal; hij/zij moet vertel/en over wie het gaat, wat er gebeurt en hoe het afloopt; scoor 2 als deze basiselementen aanwezig zijn; veel details of een goede volgorde zijn niet nodig) 32

28 11 IJ Ii it ii j Com: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 6 jaar 41 Schrijft eigen voor- en achternaam in blokletters of lopend schrift (voor score 2 is niet meer dan één voornaam nodig) 42 Zegt op verzoek zijn/haar telefoonnummer (het kengetal is niet vereist om 2 te scoren; N kan gescoord worden als geen telefoon aanwezig is) 43 Zegt op verzoek zijn/haar volledige huisadres en woonplaats (hij/zij moet het adres noemen zoals dit op een envelop geschreven moet worden; de postcode is niet nodig voor een score 2; als hij/zij elders woont, scoor dan 2 als hij/zij dat adres noemt) 44 Leest minstens 10 woorden in zichzelf of hardop (scoor 2 als hij/zij de woorden niet alleen uitspreekt, maar ook de betekenis begrijpt, bijvoorbeeld door een plaatje aan te wijzen dat met het woord te maken heeft, of door iets over het woord te zeggen) 45 Schrijft minstens 10 woorden uit het hoofd in blokletters of lopend schrift (voorbeelden: zijn/haar naam, 'kac 'hek', 'bal' en 'de'; woorden ofzinnen overschrijven geeft score O) 46 Drukt zonder hulp ideeën op meer dan één manier uit (als hij/zij in eerste instantie niet begrepen wordt, verduidelijkt hij/zij zijn/haar eerste uitspraak door bijvoorbeeld te zeggen: "Ik bedoel... " of "Ik wil zeggen dat... " gevolgd door een uitleg; scoor 2 als de uitleg een aantal nieuwe woorden bevat, bijvoorbeeld "Zij is een aardige vrouw..., ik bedoel: ze is vrolijk, opgewekt, vriendelijk"; de uitleg mag spontaan zijn, maar ook in antwoord op een vraag) 47 Leest eenvoudige verhalen hardop (er moet iemand luisteren; het is niet belangrijk hoeveel ergelezen wordt en of er vloeiend gelezen wordt; scoor ook 2 als hij/zij veel woorden mist of zo moeizaam leest dat meelezen nodig is om de tekst te kunnen begrijpen) Com: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 7à 8 jaar 48 Schrijft eenvoudige zinnen van 3 of 4 woorden in blokletters of lopend schrift (belangrijk is een poging tot zelfexpressie; grammatica en spelling zijn niet belangrijk; overschrijven van een voorbeeld geeft score O) 49 Houdt langer dan 15 minuten de aandacht vast bij les op school of voordracht (voorbeelden: een geschiedenisles, een voordracht of een politieke redevoering; hij/zij zit redelijk geconcentreerd stil en/of komt naderhand terug op het onderwerp; scoor 1 als hij/zij alleen bij 'interessante' onderwerpen langer dan 15 minuten luistert; scoor 0 als hij/zij nooit naar school is geweestof naar een redevoering heeft geluisterd) 50 Leest op eigen initiatief (belangrijk is de interesse in boeken en de spontane keuze van een boek. Er hoeft niemand aanwezig te zijn, maar hij/zij moet zo goed lezen, dat een luisteraar het gelezene zou kunnen volgen zonder de tekst te zien) 51 Leest boeken van minstens het leesniveau van groep 4 van de basisschool (zachtjes of hardop; de vaardigheid van het lezen is belangrijker dan de interesse in het lezen; scoor ook 2 als het kind alleen boeken leest als dit gevraagd wordt) 52 Ordent woorden in alfabetische volgorde (scoor 2 als het kind kaartjes met woorden of een woordenlijst alfabetisch heeft geordend) 53 Schrijft korte aantekeningen of boodschappen in blokletters of lopend schrift (bijvoorbeeld bedankbriefjes en boodschappen voor de telefoon; fouten in de spelling en de zinsbouw mogen voorkomen; scoor 2 als hij/zij ten minste drie briefjes heeft geschreven; scoor 1 als het kind één of twee briefjes schreef) j j j!t Vineland-Z - Handleiding 33

29 Com: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 9 jaar 54 Geeft ingewikkelde aanwijzingen aan anderen (bijvoorbeeld iemand over enige afstand de weg wijzen) 55 Schrijft eenvoudige briefjes (een eenvoudig briefje bevat tenminste drie zinnen; s mogen ook; grammatica en spelling hoeven niet perfect te zijn; bedankbriefjes, tenzij gedicteerd, vallen hier ook onder; scoor 2 als hij/zij ten minste twee eenvoudige briefjes/ s geschreven heeft; 1 kan niet gescoord worden) 56 Leest boeken van minstens het leesniveau van groep 6 van de basisschool (zie item 51) 57 Schrijft meestal in lopend schrift (scoor 0 als hij/zij alleen zijn/haar naam in lopend schrift schrijft en de rest in blokletters; 1 kan niet gescoord worden) Com: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 10 jaar en ouder 58 Gebruikt een woordenboek (scoor 1 als hij/zij hulp nodig heeft bij de spelling van een woord om het te kunnen vinden; voor een score 2 moet hij/zij ten minste tweemaal een woord zelfstandig gevonden hebben) 59 Gebruikt de inhoudsopgave bij leesmateriaal (voor een score 2 moet hij/zij de inhoudsopgave van een boek, tijdschrift of ander leesmateriaal ten minste tweemaal gebruikt hebben om een artikel/hoofdstuk en de bladzijde waarop ze beginnen, op te zoeken; scoor 0 als in zijn/haar leesmateriaal geen inhoudsopgave voorkomt) 60 Schrijft verslagen of opstellen (scoor 2 als hij/zij ten minste twee verslagen/ opstellen met een lengte van één bladzijde heeft geschreven; spelling en zinsbouw hoeven niet perfect te zijn; scoor 0 als hem/haar niet gevraagd is om verslagen/opstellen te schrijven; 1 kan niet gescoord worden) 61 Adresseert enveloppen volledig (scoor 2 als hij/zij ten minste 3 enveloppen heeft geadresseerd; iemand anders mag het adres geven; ook de afzender moet vermeld worden; ieder adres moet de naam, het huisofpostbusnummer, de naam van de straat en stad en de postcode bevatten; scoor 1 als de postcode ontbreekt) 62 Gebruikt de woordindex bij leesmateriaal (de index is gewoonlijk te vinden achterin boeken, tijdschriften enzovoort; voor score 2 moet hij/zij ten minste tweemaal zelfstandig een index gebruikt hebben om iets op te zoeken; scoor 0 als in zijn/haar leesmateriaal geen index voorkomt) i\; 63 Leest krantenartikelen voor volwassenen (scoor 2 als hij/zij ten minste twee kranten- ti: artikelen heeft gelezen en deze ook heeft begrepen; scoor 0 als hij/zij alleen koppen of stripverhalen leest of alleen naar foto's kijkt; scoor N als er geen kranten in zijn/haar omge- ving zijn) 64 Heeft realistische lange termijndoelen én beschrijft in detail de plannen om deze te bereiken (beide aspecten moeten aanwezig zijn; scoor iîi 2 als duidelijk is dat hij/zij vooruit denkt; bijvoorbeeld: "Ik wil de estafetteloop winnen. Ik : zal zorgen dat ik bij een goede club kom, veel '. e".

30 train en goede sportschoenen heb "; scoor 0 als er wel een doel wordt gesteld, echter zonder aan te geven hoe dit bereikt kan worden) 65 Schrijft 'echte' brieven ('echte' brieven bevatten tenminste tien zinnen, zijn in eigen woorden geschreven met weinig fouten in de spelling en de grammatica; bedankbriefjes behoren hier niet toe; scoor 2 als hij/zij ten minste vijf echte brieven heeft geschreven en gepost; scoor 7 bij ten minste drie brieven) 66 Leest elke week artikelen uit kranten en tijdschriften voor volwassenen (hij/zij moet iedere week op eigen initiatief ten minste vier artikelen lezen ter informatie of ter ontspanning; zie verder item 63) 67 Schrijft zakelijke brieven (zakelijke brieven zijn bijvoorbeeld sollicitatiebrieven, brieven met het verzoek om informatie en brieven waarin iets besteld wordt; voorgedrukte brieven, waar alleen naam en adres ingevuld hoeven te worden, vallen hier niet onder; scoor 2 als hij/zij op eigen initiatief ten minste twee zakelijke brieven heeft geschreven en gepost; 7 kan niet gescoord worden) Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: < 1 jaar Anticipeert bij het zien van de borst, fles of eten (anticipeert door het hoofd in de richting van het voedsel te draaien, door te zuigen of door het toenemen van activiteit) 2 Opent de mond als er een lepel met voedsel wordt aangeboden (scoor ook 2 als hij/zij al zelfstandig eet) 3 Hapt het voedsel met de mond van de lepel (sluit zijn/haar mond rond de lepel zodat het voedsel in de mond achterblijft als de lepel wordt teruggetrokken) 4 Zuigt of kauwt op crackers (bijvoorbeeld lange vingers en biscuitjes; de verzorger mag het voedsel vasthouden) 5 Eet vast voedsel (bijvoorbeeld gekookte groenten, fijngesneden vlees, frietjes en appels; scoor 2 als hij/zij het voedsel kauwt en doorslikt; het gaat niet om voedsel dat extra moeilijk is om te kauwen zoals een biefstuk of een hard snoepje) Vineland-Z - Handleiding 35

31 Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 1 jaar 6 Drinkt zonder hulp uit een kopje of glas (een beetje morsen bij' het drinken mag voorkomen) 7 Eet zelf met een lepel (soms wat morsen mag voorkomen) 8 Geeft er blijk van te begrijpen dat hete voorwerpen gevaarlijk zijn (scoor 2 als het kind lucifers ofhete pannen uit de weg gaat of bijvoorbeeld vraagt"kan ik dit aanraken?" of "Is dit heet?"; scoor 0 als hij/zij niet in de gelegenheid is hete voorwerpen aan te raken doordat hij/zij zich niet kan verplaatsen) 9 Geeft aan een natte luier of vieze broek of luier te hebben door te wijzen, geluiden te maken of door aan de luier te trekken (scoor 0 als hij/zij dit niet zelf of alleen door te huilen aangeeft) 10 Zuigt door een rietje (scoor aais hij/zij nooit een rietje heeft gekregen) 11 Staat toe dat de ouder/verzorger zijn/haar neus afveegt (scoor ook 2 als hij/zij zelf de neus afveegt; scoor 0 als hij/zij niet weet dat de neus afgeveegd moet worden) 12 Eet zelf met een vork (hij/zij mag het eten aan zijn/haar vork prikken of het eten op de vork schuiven; soms wat morsen mag voorkomen) 13 Trekt zonder hulp een jas, trui of overhemd met voorsluiting uit (om 2 te scoren hoeft hij/zij geen knopen of ritssluitingen los te maken, maar hij/zij moet het kledingstuk wel zonder hulp uittrekken als de sluitingen los zijn) 36 Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 2 jaar 14 Eet zelf met een lepel zonder te morsen (om 2 te scoren hoeft hij/zij de lepel niet op de juiste wijze vast te houden) 15 Toont behoefte te hebben aan het verwisselen van kleding als deze nat of modderig is (scoor 0 als de verzorger routinematig deze taak voor hem/haar verricht; scoor 2 als hij/zij de kleren verwisselt of dit aan de verzorger vraagt) 16 Plast op toilet of potje (scoor 0 als de zindelijkheidstraining nog niet is begonnen; scoor 1 als hij/zij gedeeltelijk controle heeft over zijn/haar blaas) 17 Gaat met hulp in bad (scoor 2 als hij/zij op zijn minst probeert zichzelf te wassen en af te drogen; de verzorger mag de zeep, het washandje en de handdoek aangeven; de verzorger mag ook de zeep op het washandje doen en helpen bij het wassen en afdrogen van lichaamsdelen als de oren, de rug en de onderkant van de voeten) 18 Doet ontlasting op toilet of potje (scoor 0 als de zindelijkheidstraining nog niet begonnen is; scoor 1 als hij/zij gedeeltelijk controle heeft over zijn/haar ontlasting) 19 Vraagt om naar het toilet te mogen gaan (scoor ook 2 als hij/zij op eigen initiatief naar het toilet gaat) 20 Trekt broeken aan met elastieken tailleband {ook onderbroeken en panty's; scoor 2 als hij/ zij zelfstandig de kledingstukken op de juiste manier aantrekt (niet binnenstebuiten, niet achterstevoren en niet scheef of gedraaid)) 21 Geeft er blijk van de functie van geld te begrijpen (hij/zij antwoordt bijvoorbeeld op de vraag wat geld is: "Dat is nodig om dingen in de winkel te kopen ", of hij/zij vraagt in de winkel: "Hebben we genofig geld om dit te kopen?") 22 Ruimt op verzoek eigen spullen op (bijvoorbeeld kleren of speelgoed; scoor 0 als gezegd moet worden waar de spullen moeten worden opgeborgen) \!i= -.. fit c e.

32 Di Di Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 3 jaar Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 4 jaar 23 Is 's nachts zindelijk 32 Roept de juiste persoon aan de telefoon of D (een sporadisch 'ongelukje' 's nachts mag geeft aan dat de gevraagde persoon niet aanvoorkomen; scoor 0 als hij/zij 's nachts luiers wezig is D draagt) (als er een gehoorsstoornis is, zie item 30; scoor N als er geen telefoon aanwezig is) 24 Tapt zonder hulp water uit de kraan (scoor 2 als hij/zij zonder hulp de koude kraan 33 Dekt met hulp de tafel, opendraait en een glas ofkopje vult; hij/zij mag (de verzorger mag zorgen voor de borden, hulp krijgen wanneer het kopje uit een hoge bekers, glazen en het bestek en mag cor-.. kast moet komen; scoor ook 2 als hij/zij op een rigeren of helpen bij het op de goede plek stoel moet staan om bij de kraan te kunnen) zetten van enkele spullen; scoor 2 als hij/zij de.. meeste spullen op de goede plek zet) 25 Poetst tanden zonder hulp (scoor 2 als hij/zij zelfstandig de tandpasta op de 34.. Gaat helemaal zelfstandig naar het toilet zontandenborstel doet en zelfstandig poetst; mag der erop gewezen te worden er af en toe op gewezen worden het poetsen (scoor 2 als hij/zij zelf naar het toilet gaat, de niet te vergeten; 1 kan niet gescoord worden) kleding laat zakken, zichzelf schoonmaakt, het toilet doorspoelt en zijn/haar handen wast; 1 j) 26 Geeft er blijk van de functie van de klok, zowel kan niet gescoord worden} analoog als digitaal, te begrijpen j) (als bijvoorbeeld gevraagd wordt: "Waarvoor 35 Kijkt naar beide kanten alvorens de straat over dient een klok?", antwoord hij/zij: "Om te te steken j) weten hoe laat het is ", of hij/zij wijst naar de (scoor 2 als hij/zij dit routinematig doet in een klok en vraagt: "Hoe laat is het?" of "Hoe laat straat of op een weg in zijn/haar omgeving, gaan we?") ongeacht of hij/zij drukke straten wel of niet alleen oversteekt; het gaat er om dat het kind 27 Helpt op verzoek met extra karweitjes zelf beide kanten opkijkt en er blijk van geeft (bijvoorbeeld autowassen, de schuur opruimen, enige verantwoordelijkheid te dragen voor zijn/ meubilair verplaatsen, de ramen wassen; deze haar eigen veiligheid; scoor 0 als hij/zij niet op huishoudelijke taken moeten verricht worden, straat mag ofde straat niet over mag steken) j) als aanvulling op de dagelijkse routine} 36 Bergt op verzoek schone kleding zonder hulp 28 Wast en droogt gezicht zonder hulp op (scoor 2 als hij/zij altijd zeep gebruikt en zich (scoor 2 als hij/zij zijnihaar kleding op hangert herinnerd worden zich te wassen), zelfstandig wast en afdroogt; hij/zij mag er aan tjes hangt of gevouwen kleding netjes op de plank legt; hij/zij hoeft de kleding nietzelfop te 29 Doet zonder hulp de schoenen aan de juiste vouwen; scoor 2 als hij/zij óf op de hangertjes voeten hangt óf op de plank legt, maar niet beide}.. j) (scoor ook 2 als hij/zij de veters niet vast- 37 Zorgt zelf voor een schone neus maakt; scoor 0 als de verzorger het routine- (scoor 2 als hij/zij zelfstandig de neus snuit en matig doet) afveegtzonder dat hij/zij er op gewezen wórdt; 30 Neemt op de juiste wijze de telefoon aan de verzorger moet onder alle omstandigheden (hij/zij moet 'hallo' of iets dergelijks zeggen tevreden zijn over de verzorging van de neus; én de persoon aan de andere kant van de lijn 1 kan niet gescoord worden) t antwoord geven, al is het nog zo eenvoudig; 38 Ruimt breekbaar serviesgoed van de tafel af scoor 2 als hij/zij bijvoorbeeld zegt: "Hallo, ik (scoor 0 als er bij hem/haar thuis geen tafel zal even mijn moeder roepen "; scoor 0 als hij/ gedekt wordt) zij "Hallo" zegt en daarna niets meer; bij een gehoorsstoornis mag de telefoon vervangen 39 Droogt met een handdoek zichzelf zonder hulp worden door een fax of een ander telecom- af municatiemiddel; scoor N als ergeen telefoon (scoor 0 als de verzorger hem/haar routinemat aanwezig is) tig afdroogt} 31 Kleedt zichzelf helemaal aan op het strikken 40 Maakt alle sluitingen vast j van de schoenveters na (scoor 2 als hij/zij de sluitingen van alle kle- (scoor 2 als hij/zij zijn/haar ondergoed en dingstukken vastmaakt; hij/zij moet ook de kleding op de juiste wijze aantrekt en alle slui- beide onderste stukjes van een ritssluiting los- tingen dicht doet) en vastmaken; 1 kan niet gescoord worden} j t Vineland-Z - Handleiding 37

33 Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 5 jaar 41 Helpt bij het klaarmaken van eten dat het mengen van ingrediënten en koken met zich meebrengt (voorbeelden: het melk of water doen bij cakeofpannenkoekenmix en bij instantpuree; hij/zij hoeft alleen te helpen, het gaat dus niet om het afmeten van hoeveelheden, ook is hij/zij niet verantwoordelijk voor het koken) 42 Geeft er blijk van te begrijpen dat het onveilig is om een lift van een vreemde te accepteren of om eten of geld van vreemden aan te nemen (scoor 2 als hij/zij spontaan zegt dat het onveilig is om zoiets aan te nemen, weigert iets aan te nemen, of 'nee' zegt op de vraag of het veilig is om met onbekenden mee te rijden of van onbekenden iets aan te nemen; hij/zij hoeft geen concrete ervaring met vreemden te hebben) 43 Strikt schoenveters zonder hulp (scoor 0 als hij/zij alleen een knoop in de veters legt) 44 Gaat zelfstandig in bad of onder de douche (scoor 2 als hij/zij zelfstandig zorgtvoor water, zich wast en afdroogt, een enkele aanwijzing zo nu en dan is toegestaan; 1 kan niet gescoord worden) 45 Kijkt naar beide kanten en steekt de straat of weg alleen over (scoor 2 als hij/zij dit routinematig doet in een straat of op een weg in zijn/haar omgeving, ongeacht of hij/zij drukke straten wel of niet oversteekt; scoor 0 als hij/zij niet op straat mag of de straat niet over mag steken) 46 Houdt tijdens hoesten of niezen de hand voor mond en neus (hij/zij moet een hand, een tissue of een zakdoek gebruiken; scoor 0 als hij/zij dit nooit geleerd heeft) Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 6 jaar 47 Gebruikt lepel, vork en mes op de juiste manier (hij/zij moet het bestek op de juiste wijze vasthouden, vrijwel niet morsen en een mes zowel voor smeren als snijden gebruiken; 1 kan niet gescoord worden) 48 Belt zelf andere mensen op (scoor ook 2 als het kind alleen lokale gesprekken voert en iemand anders het telefoonnummer geeft; scoor 0 als hij/zij niet mag telefoneren; scoor N als er in zijn/haar omgeving geen telefoon aanwezig is) 49 Houdt zich aan verkeerslichten en voetgangerslichten (als hij/zij (alleen maar) met een ander de straat oversteekt, moet hij/zij reageren op verkeerslichten met bijvoorbeeld: "Stop, het licht staat op rood" of "Nu kunnen we oversteken "; scoor 0 als hij/zij alleen maar de ander volgt zonder zelf op de lichten te letten; scoor N als hij/zij nooit met verkeerslichten te maken heeft gehad) 50 Kleedt zich helemaal aan inclusief het strikken van schoenveters en het vastmaken van alle sluitingen (1 kan niet gescoord worden) 51 Maakt op verzoek eigen bed op (scoor 2 als hij/zij de lakens en de dekens of het dekbed op de juiste manier op het bed legt; scoor 1 als hij/zij hulp nodig heeft bij het vastleggen van de lakens of om het kussen in de sloop te stoppen) 52 Zegt op verzoek welke dag van de week het is (scoor 1 als hij/zij dit alleen weet buiten de schoolvakanties; scoor 0 als hem/haar hier nooit naar is gevraagd) 53 Maakt zelf de autogordel vast (scoor N als hij/zij geen gordel gebruikt doordat er geen auto beschikbaar is) Ii 38

34 Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 7 jaar 54 Zegt hoeveel eurocent een munt van 5, 10 en 20 eurocent, respectievelijk één euro waard is (scoor 2 als hij/zij de waarde in eurocent van alle vier munten aangeeft; scoor 1 als hij/zij de waarde van een, twee of drie munten aangeeft) 55 Gebruikt eenvoudige gereedschappen (bijvoorbeeld een hamer, moersleutel, zaag of schop; hij/zij moet het gereedschap doelgericht gebruiken, bijvoorbeeld een hamer om een spijker in de muur te slaan voor het ophangen van een schilderijtje, of een schroevendraaier om een scharnier met schroeven vast te zetten; scoor 2 als hij/zij twee of meer gereedschappen gebruikt; scoor 1 als hij/zij één stuk gereedschap gebruikt; scoor 0 als hij/zij alleen met gereedschap speelt of doet alsof hij/zij ermee wwkt) 56 Geeft links en rechts aan bij anderen (hij/zij moet linker en rechter lichaamsdelen van een ander onderscheiden als hij/zij de ander aankijkt) 57 Dekt op verzoek zonder hulp de tafel (scoor 2 als hij/zij al het tafelgerei uit de kast pakt en op de juiste plaats op tafel zet) Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 8 jaar 58 Veegt, dweilt of zuigt de vloer zorgvuldig op verzoek en zonder hulp (scoor 2 als hij/zij veegt, dweilt of stofzuigt, ook onder het meubilair, en wel zo dat de verzorger dit achteraf niet hoeft af te maken) 59 Gebruikt in noodsituaties het alarmnummer van de telefoon (hij/zij hoeft geen noodsituatie meegemaakt te hebben, maar moet wel het alarmnummer noemen als erom gevraagd wordt; scoor 0 als het alarmnummer niet is aangeleerd; scoor N als er geen telefoon of ander telecommunicatiemiddel aanwezig is; voor personen met een gehoorsstoornis zie item 30) 60 Bestelt in een restaurant voor zichzelf een volledige maaltijd (hij/zij moet het menu lezen en zelfbij de ober bestellen; het bestelde menu moet bestaan uit een hoofdgerecht, salade of groente en iets te drinken; een ander mag de menukaart toelichten (bijvoorbeeld uitleggen dat bepaalde gerechten bij het hoofdgerecht horen), maar hij/zij moet zelf kiezen of bestellen; scoor 0 als hij/zij het menu niet kan lezen; scoor N als hij/zij nooit in een restaurant is geweest) 61 Zegt op verzoek welke datum het is (hij/zij moet de dag van de week noemen, de datum, de maand en hetjaar; scoor 0 als nooit om deze informatie is gevraagd) 62 Houdt bij de kleding rekening met veranderingen van het weer, zonder erop gewezen te worden (belangrijk is de planning; hij/zij moet bijvoorbeeld een regenjas of paraplu meenemen als er regen wordt voorspeld; op een warme dag moet hij/zij een trui meenemen als te verwachten is dat het 's avonds koud wordt) 63 Vermijdt personen met een besmettelijke ziekte zonder erop gewezen te worden (hij/zij zegt bijvoorbeeld: "We kunnen naar hem toegaan als hij beter is "; scoor 2 als hij/ zij de zieke niet kan vermijden, maar wel met woorden wijst op de kans van besmetting; scoor 1 als hij/zij iemand met een verkoudheid niet mijdt, maar wel iemand met een ernstig besmettelijke ziekte; scoor 0 als hij/zij zich van hetgevaar van besmetting niet bewust is) Vineland-Z - Handleiding 39

35 Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 9 à 10 jaar 64 Zegt op 5 minuten nauwkeurig, hoe laat het is (hij/zij zegt bijvoorbeeld "Het is vijf voor één" of "Het is twintig over zes" als de klok dat aangeeft; scoor 0 als hij/zij alleen de tijd aangeeft met behulp van een digitale klok; scoor 2 als hij/zij de tijd op vijf minuten nauwkeurig aangeeft; scoor 1 als hij/zij minstens de helft van het aantal keren de tijd op vijf minuten nauwkeurig aangeeft) 65 Verzorgt zelfstandig eigen haar én zonder hierop gewezen te worden (scoor 2 als hij/zij helemaal zelfstandig de haren wast, droogt en kamt of borstelt; hij/zij mag geholpen worden bij het aanbrengen van een scheiding of model in het haar; 1 kan niet gescoord worden) 66 Gebruikt een gasfornuis of magnetron om te koken (hij/zij moet de pitten van het gasfornuis aanen uitdoen ofzonder hulp de magnetron instellen om bijvoorbeeld blikgroenten, spaghetti of soep te kunnen bereiden; scoor ook 2 als hij/zij alleen mag koken als er een volwassene in de keuken is) 67 Gebruikt huishoudelijke schoonmaakmiddelen bij de juiste gelegenheid en op de juiste manier (bijvoorbeeld wasmiddelen en schoonmaakmiddelen voor ramen, huisraad en badkamer; om 2 te scoren moet hij/zij de gebruiksaanwijzing kennen of van te voren lezen; scoor 0 als hij/zij niet kan lezen, geen schoonmaakmiddelen mag gebruiken of wanneer hem/haar nooit geleerd is deze te gebruiken) Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 11 à 12 jaar 68 Maakt geen fouten bij het tellen van het wisselgeld bij een aankoop duurder dan één euro (scoor 2 als hij/zij uitrekent of het ontvangen wisselgeld klopt of het goede bedrag aan wisselgeld teruggeeft als hij/zijzelf iets verkoopt; scoor 0 als hij/zij nooit iets gekocht heeft of niet met geld mag omgaan) 69 Gebruikt zonder hulp de telefoon voor allerlei telefoongesprekken {hij/zij moet zowel lokale als interlokale gesprekken voeren, moet zonodig Inlichtingen bellen voor het gewenste nummer en een alarmnummergebruiken; scoor 2 als hij/zij zelf het nummer draait en een gesprek voert (iemand anders mag hem/haar het nummer geven); scoor 1 als hij/zij lokale gesprekken voert, maar geen interlokale nummers mag draaien; als er sprake is van slechthorendheid, zie item 30; scoor N als er geen telefoon voorhanden is) 70 Verzorgt eigen nagels zonder hulp en zonder erop gewezen te worden (hij/zij moet altijd de nagels schoon en kort houden; scoor 0 als hij/zij door nagelbijten de. nagels kort houdt; 1 kan niet gescoord worden) 71 Maakt zonder hulp eten klaar, dat mengen van ingrediënten en koken met zich meebrengt (bijvoorbeeld pannenkoeken, omelet en macaroni met kaas; het voedsel mag in kant-en-klaar verpakkingen zitten; hij/zij moet de verpakkingen openen, de ingrediënten mengen en koken; scoor ook 2 als er een volwassene in de keuken aanwezig is, maar é' éi: é' @. I:.

36 Dag: indicatieontwikkelingsleeftijd: 13, 140f 15jaar 72 Gebruikt een munt- of kaarttelefoon (scoor 0 als hij/zij nooit een reden heeft gehad om een munt- of kaarttelefoon te gebruiken of omdat hij/zij hier te jong voor is of het eenvoudig niet mag; bij slechthorendheid, zie item 30; scoor N als ergeen openbare telefoon aanwezig is) 73 Brengt eigen kamer op orde zonder erop gewezen te worden (hij/zij moet zijn/haar spullen opruimen waar ze horen, het bed opmaken en kleding ophangen, maar hij/zij hoeft niet de vloer of de ramen schoon te maken om 2 te scoren) 74 Spaart voor iets duurs en heeft van zijn/haar spaargeld al eens iets duurs voor de vrije tijd gekocht (voorbeelden: een fiets, stereotoren, tv-toestel, dure elektronische spelletjes en een reis van ten minste twee dagen) 75 Zorgt voor eigen gezondheid (hij/zij moet de volledige verantwoordelijkheid voor zijn/haar gezondheid op zich nemen door kans op besmetting te vermijden, schrammen en brandwonden te verzorgen, medicijnen in te nemen en een thermometer op de juiste wijze te gebruiken; hij/zij moet een arts weten te bereiken in geval van nood; scoor 1als hij/zij alle taken goed verricht, maar niet weet hoe hij/zij een arts moet bereiken; scoor 0 als hij/zij een van de andere taken niet kan verrichten of hóeft te verrichten) Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 16 jaar 76 Verdient regelmatig zakgeld {voorbeelden: regelmatig buitenshuis oppassen, onkruid wieden, gras maaien of de auto wassen; scoor ook 2 als hij/zij regelmatig een vast betaald baantje heeft} 77 Maakt eigen bed op en verschoont het regelmatig {hij/zij moet zonder hulp en zonder erop gewezen te worden, het bed op de juiste wijze verschonen en afhankelijk van het seizoen de juiste dekens/het juiste dekbed gebruiken; 1 kan niet gescoord worden} 78 Maakt regelmatig een andere ruimte dan de eigen kamer schoon, zonder dat erom gevraagd wordt {hij/zij moet regelmatig verantwoordelijkheid tonen voor het schoonmaken van bijvoorbeeld de keuken of de badkamer} 79 Verricht op eigen initiatief routinematige huishoudelijke reparaties en onderhoudstaken {bijvoorbeeld lampen vervangen, batterijen verwisselen, stoppen vervangen, de afvoer ontstoppen} Vineland-Z - Handleiding 41

37 Dag: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 17 jaar en ouder 80 Naait op verzoek knopen, drukkers of haken aan kleding (om 2 te scoren mag hij/zij hulp hebben bij het in de naald doen van het garen of bij het aanhechten, maar hij/zij moet zelf de knoop enzovoort aanzetten) 81 Budgetteert wekelijkse uitgaven (scoor 0 als hij/zij niet budgetteert omdat hij/zij niet genoeg inkomen heeft of omdat alle onkosten en boodschappen door een ander worden betaald; hij/zij moet van eigen geld iets opzij leggen voor bijvoorbeeld huishoudgeld, voor uitgaan of voor een nieuwe telefoonkaart) 82 Beheert eigen geld zonder hulp (scoor 2 als hij/zij al zijn/haar onkosten betaalt kan begroten, kan pinnen of chippen en ervoor zorgt dat zijn/haar uitgaven in overeenstemming zijn met de inkomsten; scoor 1 als hij/zij op een verantwoorde manier met geld omgaat maar veel uitgaven door een ander laat betalen; scoor 0 als hij/zij geen geld beheert of als iedere uitgave door een ander wordt betaald) 83 Bedenkt en bereidt zonder hulp de hoofdmaaltijd van de dag (scoor 2 als hij/zij minstens tien keer zonder hulp de maaltijd voor zichzelf of voor anderen heeft voorbereid en klaargemaakt; het moeten redelijk gezonde maaltijden zijn, meestal met vlees en groenten) 84 Komt op tijd op het werk (het werk mag parttime zijn, maar het moet wel gaan om vast werk; voor score 2 is een voorwaarde dat hij/zij de laatste zes maanden vast werk heeft gehad; scoor 0 als hij/zij geen werk heeft en de laatste zes maanden ook geen werk heeft gehad) 85 Zorgt volledig voor eigen kleding zonder erop gewezen te worden (scoor 2 als hij/zij zijn/haar kleding wast; droogt; zo nodig strijkt en op de juiste wijze opbergt; 1 kan niet gescoord worden) 86 Stelt de afdeling op de hoogte als hij/zij later op het werk zal komen (zie item 84) 87 Stelt de afdeling op de hoogte als hij/zij niet komt werken wegens ziekte (zie item 84) 88 Budgetteert maandelijkse uitgaven (voor score 0, zie item 81; hij/zij moet voldoende rekening houden met maandelijks terugkerende uitgaven, bijvoorbeeld voor gas, water en elektriciteit, voor verzekeringen en abonnementen) 89 Naait zomen of brengt andere wijzigingen aan eigen kleding aan zonder hulp en zonder dat erom gevraagd wordt (scoor 2 als hij/zij zelfstandig veranderingen aanbrengt) 90 Houdt zich aan de tijdslimiet bij koffie- en lunchpauzes op het werk (voor score 0, zie item 84) 91 Heeft op een verantwoordelijke wijze een volledige betrekking (voor score 0, zie item 84; scoor 2 als hij/zij op tijd komt zich houdt aan de tijden van de lunch- en koffiepauzes, de afdeling inlicht als hij/zij te laat is of niet aanwezig kan zijn, en als hij/zij opgedragen taken efficiënt uitvoert; scoor 0 als de baan minder dan halftime is; 1 kan niet gescoord worden) 92 Heeft een giro- of bankrekening en gaat daar op een verantwoorde wijze mee om (hij/zij moet de rekening gebruiken zonder het saldo te overschrijden of ernstige fouten bij het overschrijven te maken; scoor 0 als hij/zij alleen een spaarrekening @l. fii fii \i!i lîî1j.;; 42

38 Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: <1 jaar Kijkt naar het gezicht van de ouder of verzorger (hij/zij hoeft slechts eventjes te kijken) 2 Reageert op de stem van de ouder of verzorger of van een andere persoon (hij/zij wordt bijvoorbeeld actiever, draait het hoofd naar de spreker en kijkt deze aan) 3 Onderscheidt de ouder of verzorger van anderen (scoor 2 als hij/zij meer op de verzorger dan op anderen reageert; hij/zij lacht meer, raakt eerder opgewonden ofkomt gemakkelijker tot bedaren als de verzorger aanwezig is) 4 Toont belangstelling voor nieuwe objecten of onbekende mensen (de belangstelling kan getoond worden door te kijken, te luisteren of door iets aan te raken) 5 Drukt 2 of meer herkenbare emoties uit zoals plezier, verdriet, angst of ongenoegen (hij/zij lacht, huilt, schreeuwt of zwaait met de armen) 6 Anticipeert op het feit dat hij/zij opgepakt gaat wdfden door de ouder of verzorger (ook een verzorgingsmoment als verschonen of wassen; scoor 2 als hij/zij bewegingen of geluiden maakt, die anticiperen op het opgepakt/verzorgd worden; scoor ook 2 als hij/zij al loopt) 10 Speelt alleen of met anderen met een stuk speelgoed of een ander voorwerp (anderen kunnen aanwezig zijn, maar hij/zij hoeft geen contact met hen te hebben) 11 Speelt met anderen zeer eenvoudige interactiespelletjes (voorbeelden: kiekeboespelletjes en tikkertje; de motoriek is niet belangrijk) 12 Gebruikt gewone huishoudelijke voorwerpen om mee te spelen (bijvoorbeeld pannen, lepels en kartonnen dozen; het voorwerp hoeft niets voor te stellen in het spel; pannen mogen bijvoorbeeld tegen elkaar geslagen worden; scoor 0 als hij/zij niet met huishoudelijke voorwerpen mag spelen) 13 Toont belangstelling voor activiteiten van anderen (hij/zij hoeft niet mee te doen, maar kan van een afstand de activiteiten van anderen bekijken; scoor 0 als hij/zij geen activiteiten van anderen meemaakt) 14 Imiteert eenvoudige handelingen van volwassenen, zoals in de handen klappen of 'dag' zwaaien (hij/zij doet iemand na die aanwezig is of op de televisie) 7 Toont affectie naar bekende personen (hij/zij raakt de ander bijvoorbeeld aan, knuffelt of kust, ofwel reageert op een aangepaste manier op aangeraakt, geknuffeld of gekust worden) 8 Toont belangstelling voor kinderen of leeftijdsgenoten die niet tot het eigen gezin behoren (ook in plaats,van gezin vaste huisgenoten; hij/zij toont belangstelling door bijvoorbeeld, de anderen te naderen, toe te lachen of te zwaaien, de leeftijd is niet van belang, maar als hij/zij alleen geïnteresseerd is in anderen die meer dan vier jaarouder zijn, scoor 0; leeftijdsverschillen bij volwassenen zijn niet van invloed op de score) 9 Reikt naar een bekende persoon (hij/zij strekt, liggend, zitten of staand, één of beide armen uit) Vineland-Z - Handleiding 43

39 Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 1 à 2 jaar 15 Lacht of glimlacht gepast als reactie op complimentjes (voorbeelden van complimentjes: "Goed zo" en "Dat is een mooie bloes "; scoor 2 als hij/zij begrijpt wat er gezegd wordt en niet alleen afgaat op de intonatie ervan) 16 Spreekt minstens 2 bekende personen bij naam aan (hij/zij zegt bijvoorbeeld "Papa ", "Mama" of gebruikt een voornaam of koosnaam) 17 Toont verlangen om de verzorger een plezier te doen (hij/zij geeft bijvoorbeeld een zelfgemaakt werkje aan de verzorger of helpt de verzorger; het gaat vooral om de intentie de verzorger een plezier te doen; scoor 0 als hij/zij een tekening laat zien of een taakje doet, louter met het doel een complimentje te krijgen (hij/zij zegt bijvoorbeeld: "Kijk eens wat ik gedaan heb?")) 18 Doet minstens één spelletje of activiteit van anderen mee (bijvoorbeeld een balspel; hij/zij hoeft niet het initiatief te nemen tot de activiteit) 19 Imiteert een relatief ingewikkelde taak enkele uren nadat deze door een ander is uitgevoerd (bijvoorbeeld vegen, spijkers inslaan en borden afdrogen; er hoeft geen voorwerp te zijn waarmee de taak wordt uitgevoerd; de wil te imiteren en het tijdstip waarop, zijn belangrijker dan de vaardigheid; scoor 0 als hij/zij alleen een taak imiteert op het moment dat deze wordt voorgedaan) indicatie ontwikkelingsleeftijd: 3 jaar 22 Toont voorkeur voor sommige bekende leeftijdsgenoten boven andere (scoor 0 als hij/zij geen vrienden heeft of niet met anderen om mag gaan; het gaat om een min of meer vaste voorkeur; de sekse doet er niet toe) 23 Zegt 'alsjeblieft' als hij/zij om iets vraagt (scoor 2 als hij/zij 'alsjeblieft' of 'dank je wel' zegt zonder erop gewezen te worden; scoor 1 als hij/zij er indirect op gewezen moet worden met "Wat zeg je dan?"; scoor 0 als hij/zij er direct op gewezen moet worden met "Zeg eens dank je wel" of: "Zeg eens alsjeblieft") 24 Benoemt blijdschap, verdriet, angst en boosheid bij zichzelf (scoor 2 als hij/zij zijn/haar emoties uit door te zeggen: "Ik ben blij", "Ik ben verdrietig", "Ik ben bang" of "Ik ben kwaad"; scoor 1 als hij/ zij slechts één, twee of drie van deze emoties benoemt! 25 Onderscheidt mensen op grond van andere karakteristieken dan de naam, als daarom gevraagd wordt (tot deze karakteristieken behoren: iemands beroep, zijn woonplaats, de relatie tot anderen of fysieke eigenschappen; hij/zij zegt bijvoorbeeld: "Dat is de zus van Peter") 20 Imiteert uitdrukkingen van volwassenen die hij/zij bij eerdere gelegenheden heeft gehoord (hij/zij laat bijvoorbeeld de ene pop tegen de andere zeggen: "Schat, ik ben thuis" of 'Je moet eerst je groente opeten, voordat je een toetje krijgt") 21 Speelt alleen of met anderen uitgebreide fantasiespelletjes (uitgebreide spelletjes omvatten meerdere rollen of meerdere stappen; voorbeelden: schooltje spelen of doen alsof hij/zij een rol speelt in een tv-programma) 44

40 8) D.. D ".. I) I) I) indicatie ontwikkelingsleeftijd: 4 jaar 26 Deelt speelgoed of eigendommen zonder dat het uitdrukkelijk gezegd wordt (als een vriend/bekende hem/haar bijvoorbeeld om een stuk speelgoed vraagt, geeft hij/zij dit zonder dat hij/zij aangespoord wordt! 27 Noemt op verzoek één of meer favoriete tv-programma's en zegt op welke dagen en welke zender deze programma's worden uitgezonden (hij/zij moet ook de tv aanzetten en het juiste kanaal inschakelen; scoor 0 als hij/zij niet zelfstandig de tv mag bedienen; scoor N als er in de omgeving geen tv aanwezig is) 28 Houdt zich aan de spelregels van eenvoudige spelletjes (voorbeelden: verstoppertje, overlopertje, tikkertje; voorbeelden van regels: niet stiekem kijken bij verstoppertje of bij kaartspel in iemands kaarten kijken) 29 Heeft een lievelingsvriend of -vriendin (hij/zij kan zijn/haar voorkeur kenbaar maken door over één vriend(in) meer te praten dan over anderen en er meer contact mee te zoeken; scoor 0 als hij/zij geen vrienden heeft en als er een leeftijdsverschil van meer dan twee jaar tussen hem/haar en zijn/haar vriend(in) is (bij volwassenen hebben leeftijdsverschillen geen invloed op de score)) 30 Houdt zich aan de school- of instellingsregels (voorbeelden: in de rij gaan staan als daarom gevraagd wordt, niet praten als het stil moet zijn en niet rennen in de gang; scoor ook 2 als hij/zij te oud is om naar school te gaan; scoor oals hij/zij te jong is om naar school te gaan) Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 5 jaar 31 Reageert verbaal op een positieve manier als het anderen meezit (hij/zij feliciteert bijvoorbeeld een vriend(in) als deze een prijs gewonnen heeft) 32 Verontschuldigt zich voor onopzettelijke fouten (bijvoorbeeld: een boer laten, op iemands voeten trappen of tegen iemand opbotsen) 33 Heeft een vriendengroep (scoor 2 als hij/zij regelmatig hetzelfde groepje vrienden/vriendinnen ontmoet of ermee speelt (het initiatief tot het leggen van contact is hierbij belangrijk); scoor 0 als hij/zij alleen contacten legt met leden van een groep, die door een ander is samengebracht! 34 Houdt zich aan de regels van de gemeenschap (voorbeelden: regels om rommel en overtredingen te voorkomen en om vernielingen tegen te gaan; scoor 2 als hij/zij met woorden heeft laten blijken dat hij/zij de regels begrijpt en accepteert; scoor 0 als hij/zij zich niet bewust is van de regels van de gemeenschap; scoor ook 0 als hij/zij in een woonvoorziening verblijft en niet alleen of met een groep in de gemeenschap komt) " " " I) I) t Ij) Ij) t it Vineland-Z - Handleiding 45

41 Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 6 jaar 35 Speelt meer dan één bord- of kaartspel waarbij vaardigheden en het nemen van beslissingen vereist zijn (bijvoorbeeld dammen, schaken, Monopoly en elektronische spelletjes die vaardigheid vereisen) 36 Praat niet met volle mond (om 2 te scoren moet hij/zij eerst het eten doorslikken alvorens te praten; scoor 0 als hij/zij alleen zacht of vloeibaar voedsel eet) 37 Heeft een beste vriend(in) van dezelfde sekse (hij/zij brengt met deze vriend(in) meer tijd door dan met anderen, telefoneert er vaker mee, deelt er meer geheimen mee of gaat er meer mee uit; scoor ook 2 als hij/zij in het verleden wel zo'n vriend(in) heeftgehad, maar nu niet meer; de relatie moet wederkerig zijn; scoor 0 als hij/zij wel een vriendschappelijke relatie wil, maar de ander niet) 38 Reageert op een gepaste manier wanneer hij/zij aan onbekenden wordt voorgesteld (hij/zij zegt bijvoorbeeld: "Hallo, leuk u te ontmoeten" of "Hoe gaat het met u?"; scoor 0 als hij/zij te verlegen is om iets te zeggen) Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 7 à 8 jaar 39 Maakt of koopt op eigen initiatief op belangrijke feestdagen cadeautjes voor ouders, verzorgers of familieleden (de prijs of de waarde van de cadeautjes is niet belangrijk) 40 Bewaart geheimen langer dan één dag (scoor 0 als hij/zij niet weet wat een geheim is of er vaker dan één keer op gewezen moet worden, dat hij/zij het geheim niet moet verklappen) 41 Geeft geleend speelgoed, bezittingen of geld terug aan leeftijdsgenoten of brengt de geleende boeken terug naar de bibliotheek (scoor 0 als hij/zij nooit speelgoed, bezittingen, geld of boeken leent) 42 Beëindigt een gesprek zoals het hoort (hij/zij moet een gesprek op een prettige manier beëindigen door bijvoorbeeld te zeggen: "Tot ziens" of "Het was leuk met je gepraat te hebben "; scoor 0 als hij/zij gesprekken op een abrupte manier beëindigt of 46

42 Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 9 jaar 43 Houdt zich aan door ouder of verzorger bepaalde tijdslimieten (scoor 2 als hij/zij zich aan de afgesproken tijd houdt, bijvoorbeeld hij/zij moet om uur thuis zijn of binnen een half uur terugkomen; scoor 0 als hij/zij niet vertelt wanneer hij/zij terugkomt, de tijd vergeet of op de juiste tijd gewezen moet worden) 44 Stelt geen vragen en maakt geen opmerkingen die anderen in verlegenheid zouden kunnen brengen of kwetsen (bijvoorbeeld vragen en opmerkingen over het gedrag of de smaak van anderen; scoor 0 als hij/zij bijvoorbeeld zegt: "Dit ruikt vies", "Dat is smerig" of "Van jouw zingen krijg ik pijn aan mijn oren"; scoor ook 0 als hij/zij nog te jong of te zeer achtergebleven is in zijn/haar ontwikkeling om kwetsende opmerkingen te maken) 45 Beheerst boosheid of teleurstelling wanneer iets geweigerd wordt (hij/zij gaat niet huilen, schreeuwen of zich opwinden als hij/zij geen tv mag kijken, een koekje nemen of naar een feestje gaan) 46 Bewaart geheimen zolang als wenselijk is (scoor 0 als hij/zij regelmatig zeg: "Ik zou je dit eigenlijk niet moeten vertellen, maar... ") Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 10 à 11 jaar 47 Heeft goede tafelmanieren zonder erop gewezen te worden (om 2 te scoren moet hij/zij met gesloten mond kauwen, 'alsjeblieft' zeggen als het eten wordt doorgegeven, niet voor anderen langs naar voedsel reiken en niet praten met de mond vol; hij/zij hoeft geen servet te gebruiken; 7 kan niet gescoord worden) 48 Kijkt naar de tv of luistert naar de radio voor informatie over een bepaald belangstellingsgebied (belangstellingsgebieden zijn bijvoorbeeld: een sportheld, een muziekgroep, een politiek of historisch onderwerp, een bepaalde diersoort; het mag gaan om een blijvende of om een momentane interesse; hij/zij moet de uitzending uit belangstelling kiezen en niet alleen voor ontspanning; scoor N bij het thuis ontbreken van tv of radio) 49 Gaat 's avonds onder begeleiding van een volwassene met vrienden naar bijeenkomsten van school of een vereniging (voorbeelden: toneelvoorstellingen, sport, dansavonden; de activiteiten mogen in de late namiddag of de avond plaats vinden, hij/zij moet echter wel eerst na school thuis komen en pas daarna weer vertrekken om 2 te kunnen scoren; scoor 0 als hij/zij vergezeld wordt door een volwassene, maar niet door vrienden; scoor N als hij/zij niet naar bijeenkomsten van school of vereniging gaat omdat deze niet georganiseerd worden) 50 Weegt zelfstandig de consequenties van eigen daden af alvorens een beslissing te nemen (voorbeelden: op vakantie gaan of vakantiewerk aannemen; iets kopen of juist geld sparen; de verzorger hoeft het niet met de beslissing eens te zijn, wél moet blijken dat de verschillende mogelijkheden en de gevolgen daarvan zijn overwogen) 51 Verontschuldigt zich voor vergissingen of beoordelingsfouten (hij/zij zegt bijvoorbeeld: "Sorry, ik had niet moeten schreeuwen", 'Ik heb me vergist met dit te kiezen, laten we een ander spelletje nemen" of "Sorry, ik zei dat jij mijn boek had gepakt, maar dat is niet zo") Vineland-Z - Handleiding 47

43 Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 12 tot en met 14 jaar 52 Schenkt aandacht aan de verjaardagen of andere feestdagen van naaste familieleden en beste vrienden {scoor 2 als hij/zij de specifieke data in de gaten houdt en de betrokkene op de juiste wijze feliciteert; hij/zij hoeft geen cadeautjes te kopen; scoor 1 als hij/zij alleen data onthoudt die betrekking hebben op familieleden en niet op vrienden} 53 Begint gesprekken met anderen over onderwerpen die de ander interesseren {het gaat om de keuze van onderwerp; scoor o als hij/zij alleen over onderwerpen praat die {ook} voor hem/haar zelf interessant zijn} 54 Heeft een hobby {voorbeelden: breien, gitaarspelen, modelbouw, schilderen, munten of postzegels verzamelen; hij/zij moet ten minste drie maanden op eigen initiatief met zijn/haar hobby bezig zijn; scoor ook 2 als hij/zij geen hobby meer heeft, maar er wel meer dan drie maanden een heeft gehad} 55 Betaalt geld terug, dat geleend is van ouder of verzorger {scoor 0 als de verzorger in principe geen geld aan hem/haar leent of als dit in feite nog nooit is voorgekomen} Soc: indicatie ontwikkelingsleeftijd: 15 jaar of ouder 56 Reageert op aanwijzingen of indirecte wenken in een gesprek {hij/zij heeft er oog voor dat een bepaalde hint bijvoorbeeld kan betekenen: "Ik wil dat je nu weggaat" of dat een plotselinge verandering van onderwerp kan betekenen: "Ik wil hier niet over praten "; het gaat om zijn/haar gevoeligheid voor de behoeften en wensen van anderen} 57 Neemt deel aan sport buiten schoolverband {bijvoorbeeld voetbal, basketbal, volleybal, judo, hockey; na school of in de zomervakantie; scoor N als hij/zij niet meedoet aan sport buiten schoolverband, of als dit in de omgeving niet mogelijk is} 58 Kijkt naar de tv of luistert naar de radio voor actuele informatie {bijvoorbeeld het weerbericht, afgelasting van bepaalde gebeurtenissen en verkeersinformatie; scoor 2 als hij/zij zelf besluit om te kijken of te luisteren, zelf de zender kiest en het toestel aan- en uitdoet; scoor N bij het in de omgeving ontbreken van tv en radio} 59 Maakt afspraken en houdt zich er aan {bijvoorbeeld muziekles, sporttraining of andere afspraken met anderen; het vervoer mag door een volwassene verzorgd worden; hij/zij maakt de afspraak volledig zelfstandig; scoor 0 als de ouder/verzorger erop moet letten of de afspraak wordt nagekomen; scoor ook 0 als hij/zij herhaaldelijk afspraken zonder geldige reden {ziekte, autopech} niet nakomt} 60 Kijkt zelfstandig naar de tv of luistert naar de radio om het nieuws te zien of te horen {scoor 1 als hij/zij alleen kijkt of luistert om sportuitslagen of lottonummers te horen; scoor N bij het in de omgeving ontbreken van tv en radio}... EL. (fl 61 Gaat 's avonds met vrienden naar activiteiten van school of van een vereniging zonder toezicht van een volwassene {bijvoorbeeld films, toneelvoorstellingen, concerten en sportevenementen; de vrienden kunnen van dezelfde of de andere sekse zijn; hij/zij mag niet vergezeld worden door een volwassene; alleen een volwassene die verantwoordelijk is voor het hele gebeuren, mag aanwezig zijn; het gebeuren vindt plaats in de late namiddag of in de avond, maar hij/zij moet wel eerst vanuit school thuis zijn geweest om 2 te kunnen scoren; een bewo- fi- 6L. fl 6L fi: fic fi: jêr... 48

44 ner van een woonsetting moet ook eerst thuis zijn geweest en daarna zonder begeleiding uitgaan; scoor N als hij/zij nergens heengaat, omdat ergeen activiteiten georganiseerd worden} 62 Gaat 's avonds met vrienden naar activiteiten buiten school- of verenigingsverband zonder toezicht van een volwassene {zie item 61; hij/zij hoeft hier echter niet eerst thuis geweest te zijn} 63 Is lid van een vereniging voor leeftijdsgenoten, een hobbyclub of een organisatie van maatschappelijke of levensbeschouwelijke aard {het gaat om meer formele verenigingen voor jeugdigen vanaf 14 jaar, bijvoorbeeld een fotoclub, een {kerkelijke of politieke} jongerenvereniging of een koor; scoor 0 als hij/zij wel lid is geweest van een vereniging voor kinderen, maar daarna niet meer, of wanneer hij/zij nog geen 14 jaar is} 64 Gaat met iemand van de andere sekse naar een feest of openbare gebeurtenis, waar veel mensen aanwezig zijn {voorbeelden: sportevenementen, films en lezingen; hij/zij moet iemand uitnodigen of uitgenodigd worden; scoor 0 als hij/zij door de verzorger wordt gestuurd of als deze erbij aanwezig is} 65 Gaat naar afspraakjes met twee of drie stellen 66 Gaat naar afspraakjes met één ander {om 2 te scoren moet hij/zij geïnteresseerdzijn in iemand van de andere sekse, maar er hoeft geen sprake te zijn van een vaste relatie; scoor ook 2 als hij/zij tijdelijke relaties heeft} 4,2.3 De verdere verwerking Controleer eerst of bij ieder item beneden de bovengrens inderdaad één van de drie tot vijf gegeven scoremogelijkheden is omcirkeld. Op alle pagina's van het Vineland-Z-formulier worden nu de bij het interview omcirkelde scores 0, 1, 2, WN, of (waar toegestaan) N, opgeteld (er wordt dus alleen maar opgeteld hoe vaak het antwoord 2 is gegeven!). Op de laatste itempagina van ieder domein (Com en Soc tellen twee pagina's, Dag drie pagina' s) worden de paginascores verzameld en opgeteld tot de ruwe scores voor de betreffende domeinen. De drie ruwe domeinscores worden overgenomen op de eerste pagina van het Vineland-Z-formulier, blokje rechtsonder, en daar opgeteld tot de ruwe score voor Vineland-Z-Totaal. Vanzelfsprekend zijn de persoonlijke gegevens van het kind/de jeugdige en de interviewgegevens (datum, interviewer en informant(en)) ingevuld. De kalenderleeftijd is de leeftijd in voltooide levensjaren op de datum van het interview. Bij een interviewdatum van 5 juni is een zevenjarige die op 6 juni acht wordt, nog zeven jaar. De gekozen normtabel (of -tabellen) wordt omcirkeld in het blokje links onderaan op de eerste pagina van het formulier, tevens in het blokje rechtsonder. In het laatstgenoemde blokje is ruimte beschikbaar voor de uitslagen van drie normgroepen. Noteer de gevonden standaardcijfers en/of decielen in de juiste kolom(men). De standaardcijfers en decielen kunnen ter visualisering ingetekend worden in de voorgedrukte Vineland-Z-profielblokken. Een gesloten lijn verbindt de drie domeinuitslagen. Het standaardcijfer of deciel behorend bij het Vineland-Z-Totaal wordt aangegeven met een van rechts uit getrokken gestippelde horizontale lijn. Eventuele pieken of dalen vallen zo beter op. Op deze pagina is tevens ruimte voor het noteren van eerdere uitslagen en wel. voor een beter onderbouwde vergelijkbaarheid; alleen in standaardcijfers. Alléén standaardcijfers op basis van eenzelfde niveaugroep, Licht. Matig, óf Emstig/ Diep, kunnen goed vergeleken worden. Zie verder de afgebeelde, ingevulde formulierpagina's. 4.3 De interpretatie algemeen De betekenis van de standaardcijfers en de decielen De bij de domeinen en het Vineland-Z-Totaal behaalde ruwe scores worden uitgedrukt in standaardcijfers en in decielen. Decielen omvatten, zoals de naam reeds aangeeft, steeds 10% van het aantal personen vallend onder een norm- Vineland-Z - Handleiding 49

45 VINELAND-Z genormeerd voor kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking AA DE BILDT en DW. KRAIJEA naam t'. geboortedatum '2.0-1/ - J4j '10 I@/v interviewdatum 2' _ interviewer A.A.et... J, informant(en) 1 2 v kalenderleeftijd 10 jaar VINELAND-Z-profiel standaardcijfers Cam Dag Soc Totaal 9.. g- a a (!) I POP-VB (L) M ElD datum Standaardcijfers eerdere interviews / cj/jb/oo Cam Dag '6 Soc 6 Totaal :::;. I POP-YB ( :)M ElD VINELAND-Z-profiel decielen Cam Dag Soc Totaal TU ce a a e -.---@ I POP-VB (LJ M ElD beoordeeld volgens norm LiclÏj) Matig Ernstig/Diep "- -[op-v]!1 / (pop-v» (DM ElD L M ElD 1.s. stc dec stc dec stc dec Cam tj8?- -:). 6 5 Dag 10/ ' Soc cu f Totaal 21)0 1-6 ij 5 J VjneJand Adaptive Behavior Scales, Survey Farm /1984) American Guidance Service, Jnc. All rights reserved. EngJish language edition published exclusively byamerican Guidance Service, Jnc Woodland)Road, Circle Pinas, Minnesota USA Dutch edition published and distributed exclusively by PITS B.V., leiden, The Netherlands, a-mail: info@pits-online.nj, with the permission of American Guidance Service, Inc. 50

46 o":? Omcirkel de score die van toepassing is 2 ja, gewoonlijk 1 soms of gedeeltelijk o nee of nooit n wn niet van toepassing weet niet COM (1) <1 Draait ogen en hoofd in de richting van geluid. 2 Luistert minstens een ogenblik als de ouder/verzorger tegen hem/haar praat. 3 Glimlacht als reactie op de aanwezigheid van de ouder of verzorger. 4 Glimlacht als reactie op een bekende die niet de ouder of verzorger is. 5 Tilt armen op wanneer de ouder of verzorger zegt "Kom maar" of "Kom eens hier". 6 Toont begrip van de betekenis van 'nee'.. 7 Imiteert geluiden van volwassenen meteen nadat hij/zij ze gehoord heeft. 8 Toont begrip van de betekenis van ten minste 10 woorden.. 9 Maakt de juiste gebaren om 'ja', 'nee' of 'ik ww uit te drukken _. 10 Luistert aandachtig naar aanwijzingen.. 11 Toont begrip van de betekenis van 'ja' of 'dat is goed'. 12 Voert opdrachten uit die een handeling én een voorwerp vereisen. 13 Wijst op verzoek minstens één belangrijk lichaamsdeel correct aan _. 14 Gebruikt voornamen of bijnamen van broertjes of zusjes, vriendjes of leeftijdsgenoten of spreekt hun namen op verzoek uit. 15 Gebruikt zinnen die een zelfstandig naamwoord en een werkwoord of twee zelfstandige naamwoorden bevatten. 16 Benoemt uit eigen beweging minstens 20 voorwerpen _.. 17 Luistert minstens 5 minuten naar een verhaaltje. 18 Geeft een voorkeur aan als hij/zij mag kiezen _ Heeft een woordenschat van minstens 50 herkenbare woorden,;"",;;;;,;"".;;;;;;;;;;;;;;;;.;.;; 20 Legt spontaan in eenvoudige bewoordingen relaties tussen ervaringen. 21 Brengt een eenvoudige boodschap over.. 22 Gebruikt zinnen van 4 of meer woorden _. 23 Wijst op verzoek alle lichaamsdelen correct aan _. 24 Heeft een woordenschat van minstens 100 herkenbare woorden.. 25 Praat in volledige zjnnen '.. 26 Gebruikt lidwoorden in uitdrukkingen of zinnen.. 27 Voert opdrachten uit inde 'als dan'vorm, _. 28 NO",,:mt eigen voor- en achternaam als erom gevraagd wordt.. _i'(<:, _.. " I '",, ", 29 Stelt vragen die begmnen met wat; waar, wie, waarom en wanneer, Geeft aan welke van twee niet aanwezige voorwerpen het grootst is Brengt op verzoek ervaril'lgen.gedetailleerd met elkaar in verband..-:-. 32 Gebruikt het voorzetsel 'achter' of 'tussen' in een zin.. 33 Gebruikt het voorzetsel 'om' in een zin.. 34 Gebruikt uitdrukkingen of zinnen waarin de voegwoorden 'maar' en 'of' voorkomen. 35 Articuleert duidelijkzonder klankvelwisselingen - ' wn wn wn wn wn wn wn wn wn wn wn wn wn wn tv wn wn wn 2 (j) 0 - wn tv wn wn wn ft) wn 1) wn tv wn wn 2 CD 0 - wn tv wn wn 2 - wn wn wn wn S wn wn COM (1) de scores opg eleld 1 35 = 30 3 J 0 ( I score n wn Vineland-Z - Handieiding 51

47 5 COM (2) 36 Vertelt een verhaaltje, een sprookje, een uitgebreide mop of de clou van een tvprogramma 37 Zegl alle letters van het alfabet uil het hoofd op. 38 Leest minstens 3 algemeen voorkomende borden met aanwijzingen.. 39 Noemt op verzoek maand en datum van zijnlhaar verjaardag. 40 Gebruikt onregelmatige meervoudsvormen Schrijft eigen voorwen achternaam in blokletters-of lopend schrift. 42 Zegt op verzoek zijn/haar telefoonnummer. 43 Zegt op verzoek zijn/haar volledige huisadres en woonplaats. 44 Leest minstens 10 woorden in zichzelf of hardop. 45 Schrijft minstens 10 woorden uit het hoofd in blokletters of lopend schrift. 46 Drukt zonder hulp ideeën op meer dan één manier uit.. 47 Leest eenvoudige verhalen hardop Schrijft eenvoudige zinnen van 3 of 4 woorden in blokletters of lopend schrift. 49 Houdt langer ëian 15 ml"nutende aandachtvasi bîfles op schoofof voordracht. 50 Leest op eigen initiatief. 51 Leest boeken van minstens het leesniveau van groep 4 van de basisschool. 52 Ordent woorden in alfabetische volgorde. 53 Schrijft korte aantekeningen of boodschappen in blokletters of lopend schrift Geeft ingewikkelde aanwijzingen aan anderen ;. 55 Schrijft eenvoudige briefjes :: Leest boeken van minstens het leesniveau van groep 6 van de basisschool. Schrijft meestal in lopend schrift ",. Gebruikt een woordenboek. Gebruikt de inhoudsopgave bij leesmateriaal. Schrijft verslagen of opstellen. Adresseert enveloppen volledig. Gebruikt de woordindex bij leesmateriaal Leest krantenartikelen voor volwassenen. :D wn wn 2 (!) 0 - wn wn wn i) wn CiD wn wn g) wn wn 2 KD 0 - wn wn wn wn 2 rd wn wn wn I@ wn 2 CD 0 - wn 2 - i:q) - wn 2 J) 0 - wn 2 1 t0 - wn 2 -. t9) - wn 2 1 (9) - wn 2 1 ( - wn 2 n > i i @i Heeft realistische langetermijndoelen én beschrijft in detail de plannen om deze te bereiken Schrijft 'echte' brieven. Leest elke week artikelen uit kranten en tijdschriften voor volwassenen, Cf!> - wn wn n wn 67 Schrijft zakelijke brieven wn t::;. scores 2 scores 1 COM(1) ':70-3 CaM (2) IS 45 5 a optellen x2: Cl 0 x 1: a vermenigvuldigen 'lt.. J>',r,-u-w-e-sc-o-,e-c-o-M---O' 0&1 I, CaM (2) de sco'es opg eleld 1 32 = I I I score n wn fi: 52

48 groep. Deciel 10 omvat de 10% hoogst scorende personen (inclusief hun ruwe scorebereik), deciel 1 de 10% laagst scorende personen. Een decielverdeling is een tamelijk rechttoe-rechtaanverdeling die een direct inzicht geeft in de verdeling van het ruwe scorebereik binnen een normgroep. De statistische verwerkbaarheid van decielen is echter beperkt. Wat deze verwerkbaarheid betreft hebben standaardcijfers meer mogelijkheden. Standaardcijfers zijn gebaseerd op een naar de empirie, de schoolcijferverdeling, opgesteld rekenprogramma van Kouwer (1968). De gemiddelde standaardcijferwaarde is 6,33, de standaarddeviatie is 1,33. De standaardcijfers vormen een zevenpuntsschaal: 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9. De bij de standaardcijfers passende frequentieverdeling is te vinden in tabel 23. Tevens is, ter globale vergelijking, in de tabel de decielverdeling opgenomen. De inhoudelijke betekenis van de standaardcijfers en de decielen is vanzelfsprekend volledig afhankelijk van de normgroep waarmee men vergelijkt. In algemene zin kan men zeggen dat een twaalfjarige met als uitkomst standaardcijfer 9 of deciel 10 op Vineland-Z-Totaal, vergeleken met de gekozen normgroep, behoort tot respectievelijk de 5,2% en de 10% meest sociaal redzame kinderen. In komen we terug op de betekenis van de behaalde standaardcijfers of decielen, juist wat betreft de door ons gehanteerde normgroepen Betrouwbaarheidsintervallen De uitslag van een psychometrisch instrument vormt in feite niet meer dan een, weliswaar redelijk onderbouwde, schatting. De exacte, 'werkelijke' uitslag is in feite onbekend. Ten eerste ontstaan meetfouten doordat de gedragsomschrij- Tabel 23. De frequentieverdeling voor standaardcijfers en decielen (in percentagesi. Standaardcijfers Decielen Standaardcijfer Absoluut Cumulatief Absoluut Cumulatief Deciel 9 5,2 100, ,9 94, ,9 68, ,4 55, ,1 26, ,8 8, ,7 1,7.'. Tabel 24. Minimumverschillen in ruwe scores op de VinelandZ en de domeinen voor alle vier niveaugroepen tezamen, ingedeeld naar leeftijd. POP-VB Cam Dag Soc Vineland-Z Ut.groep 5% 1% 5% 1% 5% 1% 5% 1% Vineland-Z - Handleiding 53

49 Tabel 25. Minimumverschillen in ruwe scores op de Vineland-Z en de domeinen voor de licht verstandelijk beperkte niveaugroep, ingedeeld naar leeftijd. / r ; t Licht t 1 & i iii i Com ' ;i; Dag %Soc Vi eiand-z i h % Lft.groep 5%,; 1% 5%, i, 1%, 5% 1% 5%, % 1% 0' (!. i' C!' fr Tabel 26. Minimumverschîllen in ruwe scores op de Vineland-Z en de domeinen voor de matig verstandelijk beperkte niveaugroep, ingedeeld naar leeftijd. Matig Com Dag Soc Vineland-Z Ut.groep 5% 1% 5% 1% 5% 1% 5% 1% Tabel 27. Minimumverschillen in ruwe scores op de Vineland-Z en de domeinen voor de gecombineerd ernstig/diep verstandelijk béperkte niveaugroep, ingedeeld naar leeftijd. Ernstig/Diep Com Dag Soc Vineland-Z Lft.groep 5% 1% 5% 1% 5% 1% 5% 1% (ii....,. êi.. 'i!..,, '\IÊ:" vingen en de criteria die het instrument zelf hanleert, tot op zekere hoogte onnauwkeurig zijn. Ten tweede kunnen beoordelaars gedrag verschillend interpreteren en daardoor waarderen. Ten slotte vertoont alle menselijk functioneren van dag tot dag enige variatie. Het hanteren van betrouwbaarheidsintervallen is daarom noodzakelijk. Deze zijn berekend over de.ruwe scores voor de domeinen en de gehele Vineland-Z, en wel over alle vier normgroepen afzonderlijk. Wij geven het 95% en 99%-betrouwbaarheidsinterval in de tabellen 24 tot en met 27. Het interval omvat steeds de behaalde score plus en min de in de tabel gegeven waarde. Met behulp van bovenstaande tabellen kan per gekozen normtabel bepaald worden binnen welke grenzen de gevonden ruwe scores, en dus de daarop berustende standaardcijfers of decielen, betrouwbaar zijn. Wij geven een voorbeeld van het 5% betrouwbaarheids interval: De Vineland-Z-ruwe scores \IÊ:" lîri' lîri' -lolt 54

50 van een negenjarige worden ingeschaald binnen de niveaugroep Licht, en wel met de standaardcijfertabel; zie de eerste twee cijferkolommen. Voorbeeld 5%-niveau: Com 70 5 Dag Soc 90 7 Vineland-Z Voorbeeld 1%-nÎveau: Hierna wordt in tabel 25, Minimumverschillen voor niveaugroep Licht, de regel voor de negenjarigen geraadpleegd. Op 5%-niveau levert dit de laatste drie cijferkolommen op. We herhalen het voorbeeld, nu voor 1%-niveau. Com 70 5 Dag Soc 90 7 Vineland-Z r.s. stc. +/ interval r.s. interval stc Keuze en betekenis van de normtabellen Welke normgroep moet gekozen worden? Het eerste keuzemoment betreft de niveaugroep: - Wil men de sociale redzaamheid van het kind/de jeugdige vergelijken met die van de gehele verstandelijk beperkte populatie, dus licht, matig, ernstig en diep verstandelijk beperkt tezamen, ofwel normtabel POP-VB? Te beantwoorden vraag: Welke positie neemthet kind/de jeugdige hier in? Inzicht in deze positie vergemakkelijkt onder meer het kiezen van één van de drie specifieke niveaugroepen. Is men er zeker van te maken te hebben met een kind/jeugdige met bijvoorbeeld een matige verstandelijke beperking dan kan direct niveaugroep, en dus normtabel, Matig gekozen worden. Twijfelt men bij een kind/jeugdige tussen bijvoorbeeld licht en matig verstandelijk beperkt niveau, dan kan toepassing van zowel normtabel Licht als normtabel Matig uitsluitsel geven betreffende zijn/haar sociale redzaamheidspositie. Een andere mogelijkheid is, eerst normtabel POP-VB ter oriëntatie te hanteren. Het tweede keuzemoment is dat betreffende de inschaling, standaardcijfers of decielen. Beide vormen van inschaling zijn bekend in de zorg 5-7 voor mensen met een verstandelijke beperking. Standaardcijfers hebben als voordeel dat ze meer interpretatie toelaten; zie hiervoor 4.4. Het derde keuzemoment valt binnen de niveaugroep die men op het oog heeft. Het gaat dan om het bepalen van de goede kalender/eeftijdsgroep. Wat de inhoudelijke betekenis van de standaardcijfers en de decielen betreft, geven we in de onderstaande tabellen 28 tot en met 33 waarschijnlijkheidsuitspraken omtrent het erbij te verwachten niveau van verstandelijk beperkt functioneren. Dit zowel voor de normtabellen POP-VB als voor de normtabellen Licht, Matig en Ernstig/Diep. Tabel 28. Waarschijnlijkheidsuitspraken omtrent het niveau van verstandelijk beperkt functioneren op basis van de standaardeijlers bij niveaugroep POP-VB. POP-VB perc.ond. st.cijfer personen uitspraak niet/zeer licht verstandelijk beperkt hoog licht licht laag Iicht/lhoog} matig" laag matig/ernstig diep zeer diep verstandelijk beperkt Tabel 29. Waarschijnlijkheidsuitspraken omtrent het niveau van verstand,lijkbeperkt_ functioneren op Qasjs van de deç;elen bij niveau,groep POP-VB. POP-VB perc.ond. deciel personen uitspraak niet/zeer licht verstandelijk beperkt hoog licht licht licht/laag licht laag licht hoog matig gemiddeld matig laag matig ernstig diep/zeer diep verstandelijk beperkt Vineland-Z - Handleiding 55

51 Tabel 30. Waarschijnlijkheidsuitspraken omtrent het niveau van verstandelijk beperkt lunetioneren op basis van de standaardeijlers bij de niveaugroepen Licht en Matig. 'fg.. i'" 'I E iht J@ Matigt 'Á st.cijler uitsraak uitspraal '",. 'M 9 niet/zeer hoog licht verstandelijk beperkt niet/zeer hoog matig verstandelijk beperkt 8 hoog licht Izeer) hoog matig 7 6 licht matig 5., $..... (!l laag licht laag matig ti" 3 zeer laag/niet licht verstandelijk beperkt zeer laag/niet matig verstandelijk beperkt Tabel 31. Waarschijnlijkheidsuitspraken omtrent het niveau van verstandelijk beperkt functioneren op basis van de decielen bij de niveaugroepen licht en Matig. Licht Matig deciel uitspraak uitspraak 10 niet/zeer hoog licht verstandelijk beperkt niet/zeer hoog matig verstandelijk beperkt 9 hoog licht (zeer) hoog matig 8 vrij hoog licht vrij hoog matig 7 6 licht matig vrij laag licht vrij laag matig 2 laag licht laag matig (ie,.... (ie, e niet/zeer hoog ernstig verstandelijk beperkt hoog ernstig ernstig diep zeer laag/niet licht verstandelijk beperkt Tabel 32. Waarschijnlijkheidsuitspraken omtrent het niveau van verstandelijk beperkt functioneren op basis van de standaardeijlers bij niveaugroep Ernstig/Diep. Ernstig/Diep st.cijfer uitspraak laag ernstig/hoog diep zeer diep verstandelijk beperkt zeer laag/niet matig verstandelijk beperkt Tabel 33. Waarschijnlijkheidsuitspraken omtrent het niveau van verstandelijk beperkt functioneren op basis van de decielen bij niveaugroep Ernstig/Diep. deciel niet/zeer hoog ernstig verstandelijk beperkt hoog ernstig vrij hoog ernstig ernstig laag ernstig/hoog diep diep 3 vrij laag diep 2 laag diep Ernstig/Diep uitspraak zeer diep verstandelijk beperkt (ie, fij..' fii fii " 56

52 o!co i!!) i!!) i!!) ij) ilt j) ij) ij) ij) ij) ij) ij) ij) ij) ij)!o!io 4.4 De individuele interpretatie Verschillen tnssen twee opeenvolgende heoordelingen Effectmeting van een behandeling of training op sociale redzaamheidsgebied is een van de mogelijkheden die toepassing van de Vineland-Z biedt. Ook als er sprake is van een spontane ontwikkelingsversnelling of juist van desintegratie/ dementering, kan het nagaan of de klinisch geconstateerde verandering inderdaad betekenisvol is, van groot belang zijn. Een voorwaarde is steeds dat over de resultaten van twee metingen, een voormeting en een nameting, beschikt kan worden. Het toetsen op significantie van verschillen tussen enkele metingen kan gèschieden op basis van de behaalde ruwe scores. Een belangrijk bezwaar hiertegen is dat deze geen rekening houden met de natuurlijke gang van zaken wat betreft de ontwikkeling bij kinderen en jeugdigen. Immers, verwacht mag worden dat de sociale redzaamheid met het ouder worden toeneemt. Standaardcijfers houden per definitie wél rekening met deze ontwikkeling. Decielen doen dit eveneens, maar zijn in statistisch opzicht minder goed verwerkbaar. Vanwege het gegeven dat, met andere woorden, standaardcijfers de leeftijdscategorieën die de normtabellen geven, overstijgen, kunnen ze zelfs voor toetsing van verschillen benut worden als tussen voor- en nameting een flink aantal jaren ligt. Er is één beperking, vergelijking is alleen mogelijk binnen dezelfde niveaugroep. We vergelijken dus óf binnen niveaugroep Licht, óf niveaugroep Matig, óf niveaugroep Ernstig/Diep. Vergelijking binnen de normgroep POP-VB is minder zinvol vanwege het globale karakter van deze niveaugroep. In tabel 34 tot en met 36 geven we de minimaal noodzakelijke verschillen in standaardcijfer (tussen twee opeenvolgende beoordelingen) weer, die nodig zijn voor significantie van het gevonden verschil op achtereenvolgens 5%-niveau en 1% niveau Verschillen hinnen het Vineland-Z-profiel Regelmatig moeten we ons afvragen of het schaalprofiel dat een kind/jeugdige vertoont, nog wel harmonisch genoemd mag worden. Harmonisch functioneren laat zich uitdrukken in een vlak domeinprofiel. Een profiel met één of meer pieken of dalen kan wijzen op disharmonie. De hoogte van de piek, respectievelijk de diepte van het dal, is bepalend voor het kunnen doen van een gefundeerde uitspraak. De adequate maat voor het doen van uitspraken is weer het standaardcijfer. We kunnen twee vuistregels hanteren: Vineland-Z - Handleiding Tabel 34. Minimaal noodzakelijke verschillen in standaardcijfer voor een significantie op respectievelijk 5% niveau en l%-niveau, voor de normgroeplicht.!w Licbt -", < " 'Çom g, Soé % V;ineland;Z Lil.groep %'.1% 'S'f{ '1% 5% 'n% 5% 10/< Tabel 35. Minimaal noodzakelijke verschillen in standaardcijfer voor een significantie op respectievelijk 5%- niveau en 1%-niveau, voor de normgroep Matig. allg Com Dag Soc Vineland-Z Ut.groep 5! 1% 5% 1% 5% 1% 5% 1% Tabel 36. Minimaal noodzakelijke verschillen in standaardcijfer voor een significantie op respectievlijk 5%- niveau en l%-niveau, voor -de normgroep Ernstig/ Diep. Ernstig/Diep Com Dag Soc Vineland Z Lft.groep 5% 1% 5% 1% 5% 1% 5% 1% een verschil van twee standaardcijfers tussen twee domeinuitslagen wijst op een reëel verschil op 5%-niveau; een verschil van drie of meer standaardcijfers op een reëel verschil op 1%-niveau; een verschil van twee of meer standaardcijfers tussen een domeinuitslag en het standaardcijfer voor Vineland-Z-Totaal wijst op een reëel verschil, dus disharmonie, op 1%-niveau

53 4.4.3 De bijdrage aan de psycbodiagnostiek Iedere uitslag van een psychodiagnostisch instrument behoeft interpretatie. In het bijzonder wanneer men te maken heeft met een categorie kinderen en jeugdigen die onderfunctioneert - en dat is per definitie het geval in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking - is beantwoording van het waarom of waardoor van fundamenteel belang. Het eerste wat voor de hand ligt is het vergelijken van het sociale redzaamheidsniveau met het intelligentieniveau, beide zijn immers cruciale criteria voor het vertonen van een verstandelijke beperking. Extra aandacht, en dus interpretatie, is nodig als er tevens sprake is van disharmonie in het sociale redzaamheidsprofiel. Een betrekkelijk simpel voorbeeld is een deels verlaagde sociale redzaamheid door de aanwezigheid van een motorische beperking, slechtziendheid of slechthorendheid. Gecompliceerder wordt het als emotionele factoren, partiële defecten, een concentratiestoornis, een autismespectrumstoornis, opvoedingstekorten of -fouten mogelijk een rol spelen. We spreken dan nog niet van allerlei combinaties van beperkingen, stoornissen of problemen, waar we in de sector zo vaak tegenaanlopen. De overwegingen rond het waarom of waardoor van het in ontwikkeling achterblijven bepalen óf men gaat trainen/behandelen/ hulpmiddelen toepassen en de manier waarop dit gebeurt. Een reëel onvermogen vanwege de verstandelijke beperking zal vanzelfsprekend geaccepteerd moeten worden. Motorische en zintuiglijke beperkingen kunnen mogelijk met hulpmiddelen en specifieke training omzeild of behandeld worden. Gebrek aan zelfvertrouwen/ negatieve faalangst vraagt om een vorm van therapie. Een verschijnsel als 'Iearned helplessness' vereist ook aanpak van het systeem rondom het kind/de jeugdige, ofwel de ouders, verzorgers of begeleiders. Hetzelfde geldt voor een verschijnsel als onderstimulering. Niet zelden moet een sociale redzaamheidsschaal deel uitmaken van een veel breder psychodiagnostisch onderzoek. Naast een intelligentiepeiling kan gebruik van specifieke tests en persoonlijkheidstests en -schalen noodzakelijk zijn om een compleet beeld van het kind/de jeugdige te verkrijgen. De kracht van sociale redzaamheidsschalen is en blijft echter dat ten eerste bij het afnemen geen directe medewerking van het kind/ de jeugdige vereist is, ten tweede dat een min of meer ingewikkelde vertaling van de uitslag naar de dagelijkse praktijk niet nodig is. Dit betekent niet dat de uitslag geen interpretatie zou behoeven, wél dat de signaalfunctie van de uitslag van dit type instrumenten een zeer directe is; zie ook Kraijer en Plas (2002). 58 Eén vraag bleef nog liggen. Hoe vaak moet iemand met de Vineland-Z beoordeeld worden? Bij kinderen tot omstreeks tien jaar bevelen wij standaardbeoordeling om de twee jaar aan. Hun ontwikkeling is nog zo in beweging of hoort dat althans te zijn, dat regelmatige peiling nodig is. Na deze periode lijkt beoordeling om de vier jaar reëel. Vanzelfsprekend moet los van het bovenstaande, altijd beoordeeld worden als daar een indicatie voor is (traumatische ervaringen van langere duur, plotselinge achteruitgang, evaluatie van een training of behandeling en dergelijke). 4.5 De gebruiksmogelijkheden van de Vineland-Z In deze handleiding zijn op verschillende plaatsen gebruiksmogelijkheden van de Vineland-Z ter sprake gekomen. Voor een uitvoeriger overzicht verwijzen wij naar Kraijer en Kema (1994bl, waar de gebruiksmogelijkheden van een soortgelijk instrument, de SRZ, beschreven worden. Hier vatten wij samen: - Individuele diagnostiek: peiling van de situatie op een bepaald moment om de hulpvraag en daarop aansluitend het zorgplan en het zorgaanbod, te onderbouwen; evaluatie van training/ behandeling; diagnostiek van stoornissen als autisme (zie Kraijer, 2000); syndroomdiagnostiek (zie Dykens et al., 2000); indicatie voor onder meer een vorm van onderwijs (Resing et al., 2002). - Planning en beleid: inventarisatie en registratie ten behoeve van inzicht in de benodigde dagbestedings- en huisvestingscapaciteit en personele inzet, nu en in de toekomst. - Wetenschappelijk onderzoek: verder onderzoek naar specifieke uitkomsten bij stoornissen, syndromen en/of bepaalde problemen; gebruik als matchvariabele in onderzoek met een experimentele en een controlegroep (zie ook Kraijer, 2000; Ford & Gaylord-Ross, 1990). 4.6 Wanneer de Vineland-Z gebruiken en wanneer de SRZ/SRZ-P? Zowel de Vineland-Z als de SRZ en de SRZ-P zijn betrouwbare en valide instrumenten voor de beoordeling van sociale redzaamheid bij mensen met een verstandelijke beperking. Wat is dan de meerwaarde van de Vineland-Z-normering? Het antwoord hierop is niet eenduidig. Ten gerieve van de gebruiker formuleren we eerst de pluspunten van de instrumenten. Pluspunten van de Vineland-Z ten opzichte van de SRZ/SRZ-P:...

54 - De schaal wordt wereldwijd gebruikt. Dit vergemakkelijkt het interpreteren van in de praktijk verkregen uitslagen en het overdragen van research bevindingen. De schaal heeft een itembereik dat normering voor de algemene populatie mogelijk maakt. De grootte van een sociale redzaamheidstekort evenals de aard van een van het gemiddeld-normale afwijkend profiel kunnen zo vastgesteld worden. In het bijzonder in de ontwikkelingsfase is dit vergelijken met de 'normaliteit' van belang. Het grote aantal items geeft in een aantal opzichten een gevarieerder en vollediger beeld. Pluspunten van de SRZ/SRZ-P ten opzichte van de Vineland-Z: - Beide schalen zijn ingeburgerd; de betekenis van de uitslagen heeft gaandeweg een toegevoegde klinische waarde gekregen. Beide schalen hoeven niet afgenomen te worden door een speciaal getrainde interviewer. De afneemduur komt uit op omstreeks eenderde van die van de Vineland-Z. Complexer is een vergelijking wat betreft het kalenderleeftijdsbereik, het meest optimale niveaubereik en het meer of minder recent zijn van de populatienormen. Een en ander valt het meest overzichtelijk te presenteren in een schema: '" I. i' Eigenschap" SRZ,SRZ-P Vmeland-Z", Leeftijd Niveau Normen 4jaar en ouder E,M jaar en ouder 5/6 iaar t/m 18 jaar M, L We nemen aan dat het schema voor zich spreekt. L Een algemene opmerking is nog op haar plaats. Als men voorheen de SRZ/SRZ-P toepaste en een ontwikkeling wil registreren, is gebruik van hetzelfde instrument de beste garantie voor een zo betrouwbaar mogelijke vergelijking. Hiernaast mag vanzelfsprekend, eventueel als nieuwe basislijn, de Vineland-Z afgenomen worden. Vineland-Z - Handleiding 59

55 fi cr

56 11 De normen 5.1 Instructie voor het gebruik van de normtabellen Om de normtabellen te gebruiken is een aantal punten van belang. Allereerst moet de juiste normgroep bepaald worden, waarbij het mogelijk is onderscheid te maken tussen de populatie-normgroep, POP-VB; de licht verstandelijk beperkte niveaugroep, Licht; de matig verstandelijk beperkte niveaugroep, Matig; en de gecombineerd ernstig/diep verstandelijk beperkte niveaugroep, Ernstig/Diep. Ten tweede moet gekozen worden voor inschaling in standaardcijfers of in decielen. Ten slotte is, binnen elke niveaugroep, het kiezen van de juiste leeftijdscategorie van belang. Er wordt in de normen geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Voor de betrouwbaarheidsintervallen verwijzen wij naar paragraaf 4.3.2, voor interpretatie van de verschillen tussen twee opeenvolgende beoordelingen naar paragraaf Tabellen POP-VB 5.2.t Standaardcijfertabellen POP-VB 5 jaar Com Dag So. Vineland jaar Com Dag So. Vineland iaar Com Dag So. Vineland jaar Com Dag So. Vineland ' jaar Com Dag So. Vineland jaar Com Dag So. Vineland Vineland-Z - Handleiding 61

57 , Decieltabellen POP-VB jaar Com Dag Soa Vineland 5 jaar Com Dag Soa Vineland , " i jaar i Com Dag Soa Vineland 6-7 iaar Com Dag Soa Vineland g :: '" e Tabellen niveaugroep Licht 8-9 jaar Standaardcijfertabellen niveaugroep Licht Com Dag Soa Vineland jaar Com Dag Soa Vineland @ jaar 8 iaar Com Dag Soa Vineland Com llag Soa Vineland '" _._.._------_.".".. _ "-

58 ) ) Vervolg Standaardcijfertabellen niveaugroep Licht Decieltabellen niveaugroeplicht 9 iaar 6"1 iaar Com Dag So. Vinoland Com Dag So. Vinoland "11 iaar Com Dag So. Vinoland iaar Com Dag So. Vinoland , "13 iaar Com Dag So. Vinoland c ) ) iaar Com Dag So. Vinoland ) iaar Com Dag So. Vinoland ) ) ) ) jaar ) Com Oag So. Vinoland jaar ) Com Oag So. Vinoland ) ) ) ) ) ) ) Vineland-Z - Handleiding '"-----'-.'

59

60 ij IQ Ve(Yolg Standaardcijfertabellen niveaugroep Matig jaar Com Dag Soc Vineland jaar Com Dag Soc Vineland [() [ to IQ (l IQ Decieltabellen niveaugroep Matig jaar Com Dag Soc Vineland 6 7 jaar IQ Com Dag Soc Vineland g i!j [t) ie ' lf i) jaar 8 jaar Com Dag Soc Vineland Com Dag Soc Vineland Q jaar I) Com Dag Soc Vineland 10 I) I) ) ) J 0 Vineland-Z - Handleiding 65

61 - "- 5.5 Tabellen niveaugroep Ernstig/Diep Decieltabellen niveaugroep Ernstig/Diep StandaardcijfertabeUen niveaugroep 6-tO jaar Ernstig/Diep Com Dag So. Vineland 6-10 jaar Ei" Com Dag So. Vineland _ '.' ;J: jaar jaar Com Dag So. Vineland Com Dag So. Vineland " e jaar > Com Dag So. Vineland jaar Com Dag So. Vineland _ =.,, E.;.; 66 Ei. --,---.-_.-

62 VINELAND-Z genormeerd voor kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking AA OE BILDT en O.W. KRAIJER naam t'...u...,.. geboortedatum ' II - I 6, 'I 0 I@/v interviewdatum 2" _ kalenderleeftijd 10 jaar interviewer Pi. A. d...- J, informant(en) 1 2 v...u.,... VINELAND-Z-profiel standaardcijfers VINELAND'Z-profiel decielen Com Dag Soc Totaal Com Dag Soc Totaal 9 T g @ I POP-VB (L) M EfD datum Com Dag Soc Totaal Standaardcijfers eerdere interviews 6 POP-VB M EfD 1 1 I POP-VB fll M EfD Zie: Supplement 2005 beoordeeld volgens norm u;h\) Matig Ernstig/Diep " -KfOp-v]>1 / (POP I(L) M EfD Leeftijdsr.s. stc dec stc dec equivalenten Com Clf} 7]. ":J. I> 5 +;2- Dag 10/ 't;lo-5;o Soc 0/ h "": )2_6;/0 Totaal :lllo 1"": t)e-;" I Vineland Adaptive Behavior Scales, Survey Farm (1984) American Guidance Service, Inc. A!I rights res8rved. English language edition published exclusively by American Guidance Service, Inc., 4201 Wood land Raad, Circle Pinas, Minnesota USA , 2006 Dutch edition published and distributed exclusively by PITS B.V., leiden, The Nethe-rlands, a-mail: info@pits-onjine.nl. with the permission of AmerÎcan Guidance Service, fnc. 50

63

64 o pi' A)mcirkel de' score die van topassing is 2 ja,,:gèwoonlijk " 1 sóms,of gedeeltelijk 0' ne'rofnooit ' " " ',"" van toepassing,,v(o ::.v:'.eel niet,

65 COM(2)," ', ;:,,'',, ",, FT-:'.",-;-i;-'-.::,-----, Vertelt een verhaalqe"een sprookje, e!,n'ljijgebre(if'_!'jop of de clo!,(van ei'n tv-prollrarnma,,,. '" 1;"" : '.. ;'., - /-;--;f"'-:+c:--i"'-:t+-i Zegt alle letters van het alfabet Uit het flo:ofllop, ',... ' :..-.".,. :;..... Leest minsten 3 algemeen voorkome,flèb6rdèh;ó"l!'ü\anwijzjngen:, " ::::;:::::=:::::::óa:rj:o.:[.li:.: : :: i;:1: : : ::".. ::;::i: :::: :::::: ;Tl Schrijj'teigeh voor-,en chternaain in brófdtlrsqi:lóèrid schrift ;..:..,: :: : :.<.:.. Zegt op verzoek zijn/haat telefoonnummer :.:...: '" :.:.:,..;"... 43: 'Zegt op verzoek,zijn/haar volledige huisadres en crllnplaats r, : ' Leest mimt!,ns 10 woorden in "ichzelf?f hardop.:.: :,.:. :.:.: : :..

66 «Omcirkel de score die van tóepassing is. niet van toepassing wn weet niet DG(1) <1 f AnticipeerÜfJj hei zien va,jlleborst, fles of jotan.:.:: :. i: Open! de ftjohä ais' er eenlr.eî mt VdedsJwórdi aanbl?ódan :.....,,, " ' ' \ " ', Hap! het voe,!sèl mèt demq(1d van de lepel ; : Zuigt of kauwt op crackers : :.: Eet vast yoedseî :.. 6 Drinkt zonder hulp uit een'kopje of gl"s ;.: :, :,.. 7; wn 0 wm' o ZUigt doorèen rietje..:,:, ", : :::.. 2 0,..;;;:' O' O

67 36 Bergt op verzoek schone kledipg 2;OndJwhCtlp op : :, " :..'.:::.,.....,37 Zorgtzelf,\Iooreen séhon.e neus / :.: : ::...;. Rui;"tbreebaàr.serviesgoed vàn dé tafel af : :..'..::. :.,.?::.;:..,.: 0 wn 0 wn Q wn 0,wo'.' 0 wn ". : :::la:::;:n::d::;;iiz.o.n..ri.f.. :::::::::.:::::::::::::::::;.:::::.::::'::::::::.:..':':',::' :.h-'-="-+-+--i-'---j 0 'wn 0 wn 0, :wn.. WA'.WA 0 :wn" 0 -"::-, wn 0 - wn 0 n ' -wn n wn

68 Omcirkel de séor die yan töè'àiiing is, 2 1 '0 n, fet van toepassing wn :weet niet n wn wn wn

69 50C(1) <1 Kijkt naar het gezicht van,de ouder of verzorger... :..::< : u.ó :.::,.,.,.,..\ ,-t--+-':-+-,.e..,.' 2 '

70 ,-- Omçirkel de scoré die van toépassing is <.' ja,gewoonlijk so,ms,ójgèdeeltelijk,, nee (lf nooit '$OC (2), "8,39:Mkt of;1<09p,lop eigen ipitiatif9p bla'ngtilkfestçlagen lo8deauljes voorollders. ' 40:::g::e:::i:: ",'':;:::;:::\;::.:::':'::::::::::::::.:::::::::::::::::::::::':::'.::::::::::::' ',9 '. 43 H'pudl zich 'aan door ouder of verzorgerbépaalèle tijdslimieten,,.. &tètj;geen vragen en ma?kt geein opmerkiódeh die anperen 1n VerlegenhElid' 'kuhh"nbrerlgen Gf,kwetsen,. " "n"' ",,. ': " Bhèersi boo;lieid pfteleljrsti!ig wárlnlèisgewéièraèrdt..,.,. : ll;aart'geheimen wlàng als WenSel!jki: ;..:;:;..:):..:: :... :. 47' t1eetrgoede tafelmánieren zonder erop'gewezerife Wordén.. 4?' 'Kijkt náar tv of luistert naar (adii> yppf ;nf<irmilê;ovèreê b\ip'l- 2 1,0' 2 1' -:::;. 41 Gèeft geleend spé!èlgoed. bezlltigénpfg' lij!rg aan leeft!jdgenotenoftirengt de ",',, " ' : 'geleende boe,kén terug naar de!?ibliotheek, :.,",;. i-=-..:...+:: j.;,.j 42 Beëindigt een gsprek zoals ht f1o)lt : '.

Nog meer weergeven

Vineland-Z HANDLEIDING :;;. i!it i!it i!it i!it. AA de Bildt en DW. Kraijer - PDF Gratis download (2024)

FAQs

What does the Vineland test for? ›

The Vineland is designed to measure adaptive behavior of individuals from birth to age 90. The Vineland-II contains 5 domains each with 2-3 subdomains. The main domains are: Communication, Daily Living Skills, Socialization, Motor Skills, and Maladaptive Behavior (optional).

How to interpret Vineland results? ›

Domain scores greater than or equal to 86 are considered adequate or above adequate. Domain scores less than or equal to 85 are considered moderately low to low and indicate the patient has a significant skill deficit when compared with similarly aged peers. This is especially true for a domain score below 70.

What is a normal adaptive behavior score? ›

The VABS is a semi-structured interview that assesses adaptive behavior in several domains, summarized by the Adaptive Behavior Composite (ABC) standard score. ABC standard scores may range from 20 to 160, with a population mean of 100 and a standard deviation of 15.

What are the Vineland scores for intellectual disability? ›

Dotted lines are for reference and demarcate commonly used levels of intellectual disability (<25 = Profound, 25–39 = Severe, 40–54 = Moderate, 55–74 = Mild, 75–84 = Borderline, ≥85 = Average).

Can the Vineland be used to diagnose autism? ›

Combined with other diagnostic measures, a distinct pattern of results in these areas makes the Vineland-3 a valuable component of an ASD evaluation.

What is the age range for VABS? ›

The primary purpose of the VABS is to assess the social abilities of an individual, whose age ranges from preschool to 18 years old. The results reliably reveal crucial information for diagnosing various disabilities, including autism, Asperger syndrome, mental retardation, and speech impairment.

What is the range of scores in Vineland 2? ›

The Vineland II offers several derived scores. The adaptive behavior domains and the Adaptive Behavior Composite have standard scores (a mean of 100 and an sd of 15) that range from 20 to 160. The subdomains have scaled scores called v-scaled scores (mean of 15 and an sd of 3) and a range of scores from 1 to 24.

What is an average V scale score? ›

V-SCALE SCORES have a mean of 15 and standard deviation of 3 (like Scaled Scores). A v-scale score of 15 would be in the 63rd percentile rank and in Stanine 6. The middle 50% of examnees' v-scale scores fall between 13 and 17.

What is the Vineland-3 outcome measure? ›

The Vineland-3 is a standardized measure of adaptive behavior--the things that people do to function in their everyday lives. Whereas ability measures focus on what the examinee can do in a testing situation, the Vineland-3 focuses on what he or she actually does in daily life.

What are the 10 adaptive behaviors? ›

Adaptive behaviors include life skills such as grooming, dressing, safety, food handling, working, money management, cleaning, making friends, social skills, and the personal responsibility expected of their age, social group and wealth group.

What is the adaptive test for autism? ›

The Diagnostic Adaptive Behavior Scale (DABS)

The Diagnostic Adaptive Behavior Scale measures all categories of independent skill, from practical to conceptual to social. Its purpose is to determine the best type of support for an individual to achieve a higher level of independent living.

Why is adaptive behavior difficult to measure? ›

Since the adaptive behaviors that need to be assessed are those found in the context of a broad range of everyday living situations displayed across a wide variety of settings, an assessment of adaptive functioning by direct observation is usually not practical.

What IQ score indicates intellectual disability? ›

IQ test results fall along the normal (bell-shaped) curve, with an average IQ of 100, and individuals who are intellectually disabled are usually two standard deviations below the average (IQ below 70).

Is the Vineland a psychological assessment? ›

The Vineland Adaptive Behavior Scale is a psychometric instrument used in child and adolescent psychiatry and clinical psychology. It is used especially in the assessment of individuals with an intellectual disability, a pervasive developmental disorder, and other types of developmental delays.

What score is severe intellectual disability? ›

Evaluation
  • IQ 50 to 70: mild intellectual disability (85% of cases)
  • IQ 35 to 50: moderate intellectual disability (10% of cases)
  • IQ 20 to 35: severe intellectual disability (4% of cases)
  • IQ below 20: Profound intellectual disability (1% of cases)

What does Vineland-3 diagnose? ›

All Vineland-3 forms aid in diagnosing and classifying intellectual and developmental disabilities and other disorders, such as autism, Asperger Syndrome, and developmental delays.

Who can use the Vineland assessment? ›

The Vineland Adaptive Behaviour Scales, Third Edition (Vineland-3) is the leading instrument for supporting the diagnosis of intellectual and developmental disabilities such as Autism Spectrum Disorder (ASD). The Vineland-3 is used with people aged 0 to 90 years to measure a range of functional domains and subdomains.

What are daily living skills in Vineland? ›

What are daily living skills? The daily living skills domain assesses a child's performance of everyday tasks of living deemed appropriate for their age. These skills include personal, domestic, and community. Personal: Self-sufficiency in eating, dressing, washing, hygiene, and health care.

What is the Vineland social emotional early childhood scale? ›

It is a standardized, norm-referenced evaluation tool for children from birth to age six. Through the interview with the parent or caregiver who is most familiar with the child's social-emotional behavior, this instrument helps to assess the young child's social and emotional function.

Top Articles
Latest Posts
Article information

Author: Greg O'Connell

Last Updated:

Views: 5429

Rating: 4.1 / 5 (62 voted)

Reviews: 85% of readers found this page helpful

Author information

Name: Greg O'Connell

Birthday: 1992-01-10

Address: Suite 517 2436 Jefferey Pass, Shanitaside, UT 27519

Phone: +2614651609714

Job: Education Developer

Hobby: Cooking, Gambling, Pottery, Shooting, Baseball, Singing, Snowboarding

Introduction: My name is Greg O'Connell, I am a delightful, colorful, talented, kind, lively, modern, tender person who loves writing and wants to share my knowledge and understanding with you.